Jacques Tati's terugkeer naar het grote scherm
Deze zomer komen alle zes langspeelfilms van Jacques Tati weer in de bioscoop. Hij wordt vaak beschreven als koning der slapstick, maar zijn films bieden veel meer dan alleen grappen. Zowel vanwege de gelaagde cinematografie als de subversieve inhoud raak je moeilijk op Tati uitgekeken. Wij lichten zijn films nog eens voor je uit.
Jour de Fête (1949)
In zijn eerste langspeler vertolkt Tati zelf de rol van het hoofdpersonage (iets wat hij in al zijn films zal doen). Jour de Fête draait namelijk om de postbode François, die brieven rondbrengt in een pittoresk Frans dorpje. Beïnvloed door de Amerikaanse posterijen schakelt François zijn bezorgingen een versnelling hoger. Brieven stempelen terwijl je op je fiets achter een vrachtwagen hangt bijvoorbeeld, voor hem is niks te gek.
Les Vacances de Monsieur Hulot (1953)
Met zijn tweede film blaast Tati het bekende Monsieur Hulot-personage leven in. Net als velen trekt hij naar de Franse kust om daar vakantie te vieren. Ontspannen blijkt niet zo eenvoudig, want Hulot en zijn medebadgasten komen van het ene probleem in het andere terecht.
Mon Oncle (1958)
Monsieur Hulot heeft een neefje, genaamd Gérard, die in een hypermodern, maar kil huis woont. Hulot laat hem de wereld daarbuiten zien, die gezelligheid en vertrouwdheid ademt. Tati ontwikkelde hier zijn kritische beschouwing van de moderne maatschappij die hij in Playtime verder zou zetten. Daarnaast liet hij ook zijn talent voor production design zien, het huis van de familie van Gérard is een fenomenaal bouwwerk dat tal van grappen oplevert.
Playtime (1967)
Het magnum opus van Jacques Tati speelt zich af in een speciaal voor de film gebouwde stad, wat het direct de duurste Franse film tot nog toe maakte. Monsieur Hulot komt ook nog in deze film voort, maar hij verdwijnt af en toe in de overweldigende chaos van de grootstad. In Playtime bevindt de camera zich namelijk altijd op afstand, wat de personages tot mieren maakt die over het scherm krioelen. Elk shot bevat zo afzonderlijke verhaallijnen, die deze bijna woordeloze film oneindig herbekijkbaar maken.
Trafic (1971)
Playtime was een grandioze financiële flop, wat ertoe leidde dat Tati daarna nooit meer zo’n budget kreeg. Voor zijn volgende project trok hij naar het Noorden: Trafic maakte hij samen met de Nederlandse filmmaker Bert Haanstra en de film speelt zich zowel rond de Nederlandse als Vlaamse wegen af. In zijn laatste film met Monsieur Hulot ontfermt Tati zich over de chaos op autosnelwegen.
Parade (1974)
Zijn laatste film maakte Tati voor Zweedse televisie – en is bijna meer een documentaire dan een fictiefilm. Parade is namelijk een registratie van een circusvoorstelling, waarin Tati zelf de ceremoniemeester speelt. Niet alleen wat op het podium gebeurt is belangrijk, maar ook de manier waarop het publiek betrokken wordt. Een impliciet thema in zijn gehele oeuvre dat nu voor het eerst expliciet wordt.