RECENSIE: BLUE HERON

Deel
RECENSIE: BLUE HERON

Wiens navel is deze keer aan de beurt?

Een onderzoek naar hoe herinneringen ons vormen. De confrontatie aangaan met moeilijkheden uit de jeugd. Hoe het verleden te begrijpen? Blue Heron mikt op een zachte benadering van deze onderwerpen, maar blijkt blind voor het eigen falen.

Een Hongaars-Canadese familie verhuist naar Vancouver Island, eind jaren 1990. Een idyllische start in een deugdzame natuurlijke omgeving. Het gezin met vier kinderen kan er langzaam een nieuwe thuis opbouwen. Maar tienerzoon Jeremy — een kind uit een eerder huwelijk van de moeder — vertoont onverwachts steeds problematischer gedrag. De sfeer binnen het gezin verandert, en het jonge zusje Sasha ziet het met lede ogen aan.

In de tweede helft van het verhaal zal een volwassen Sasha — intussen een filmmaakster — een onderzoek doen naar wat er destijds precies gebeurd is. Haar herinneringen aan die tijd maken haar onzeker, want als jong meisje begreep ze het gedrag van haar stiefbroer niet. In wat volgt maakt ze een puzzel van haar jeugd, waardoor verleden en heden onvermijdelijk in elkaar overvloeien.

Debuterende cineaste Sophy Romvari graaft sterk in het eigen verleden — ze groeide op in een Hongaars-Canadees gezin en Jeremy is gebaseerd op haar eigen broer — en levert met Blue Heron een poëtische verbeelding van haar verhaal. Het is een kleine film, maar eentje die niet onopgemerkt voorbijgaat: een karrevracht aan positieve reviews en intussen enkele prijzen op de mantel. We waren dan ook enigszins verbaasd toen we aan de eindmeet enkel konden vaststellen dat de film fundamenteel faalt. 

Het goede nieuws is dat Romvari over een fijnbesnaard poëtisch oog beschikt en haar film aankleedt met een fraaie, geromantiseerde en o zo tedere beeldvoering. Moest je niet verder graven, je zou betoverd kunnen worden. Het spelen in de tuin, de krabben op het strand, hoe een zomerse schaduw op de muren valt — als een zalvend deken voor de kijker. Enkele narratieve ingrepen in de tweede helft zijn ook sterk — hoe de cineaste haar publiek als uit een droom haalt met de tijdsprong, hoe ze op geslaagde wijze heden en verleden doet vervloeien in elkaar. We begrijpen waar de lofprijzing vandaan komt. De cineaste heeft haar ideeën mooi tot leven gebracht. Maar het is in die ideeën dat de film ernstig tekortschiet.

Publiek en critici zijn de laatste jaren héél vergevingsgezind geworden voor portretten waarbij de cineast de blik naar binnen richt en waarbij de grens tussen therapie en filmmaken achteloos terzijde geworpen lijkt. Filmmaken lijkt voor regisseurs soms de allerhoogste therapie, maar velen raken verstrikt in hoe ze er verantwoordelijk mee moeten omgaan. Er dient een noodzakelijke artistieke afstand te zijn tussen de eigen beleving en de vertaling ervan naar een publiek, want anders lig je gewoon in je eigen navel te staren. Die zelfbeklagende houding van sommige filmmakers, waarbij ze zichzelf te bloot geven, is tenenkrullend.

Het beste voorbeeld is dat hoofdpersonage Sasha in het heden een filmmaakster blijkt te zijn, die in de film uitvoert wat Romvari zelf aan het uitvoeren is met Blue Heron. Sasha wordt op deze manier een nadrukkelijke spreekbuis voor de cineaste. Romvari’s positie als maker — en daarmee haar persoonlijk leed — is hierdoor te dominant aanwezig in het werk. Het probleem is niet dat zij haar jeugd verbeeldt, maar dat ze haar verbeelding te nadrukkelijk van een interpretatiekader voorziet. De film is een en al weemoed en wekt de indruk dat Romvari om sympathie vraagt voor haar complexe jeugd. Daar haken wij af. Wij zijn hier niet om haar tranen te drogen.  

Het onlangs verschenen Romería was de eerste gelijksoortige prent waaraan we moesten denken. Regisseur Carla Simón onderzoekt daarin ook haar jeugd, aan de hand van een hoofdfiguur met een achtergrond in film. Wij zien te duidelijk wat de intentie is. Het is transparant. Ook Soft Leaves van Miwako Van Weyenberg uit 2025 waagt zich aan een gelijkaardige autobiografische verbeelding als Romvari, met een verhaal over een getroebleerd jong meisje in een Japans-Belgisch gezin. De verhalen van beide films schuren naar onze mening veel te dicht tegen de eigen achtergrond van de cineastes aan.

We zeggen niet dat zelfonderzoek niet mag (sterker nog: het moet!), maar een filmmaker moet over het vernuft beschikken om dat onderzoek in een film te gieten die op zichzelf staat. We verafschuwen dat de maker té centraal komt te staan. Beschouw het gerust als een vorm van oversharing, en we verfoeien hoe dit aangemoedigd wordt in film.

Wat ons ook voor ogen stond tijdens de film, was het grote verwantschap met Aftersun van Charlotte Wells. Vooral wat betreft de rol die herinneringen spelen in ons leven. Ook Wells richt de blik sterk naar binnen, maar zij slaagt waar Romvari faalt. We vermoeden dat het te maken heeft met een sterkere verbeelding van herinneringen, maar ook met Wells’ slimme scenario dat je medeleven op fascinerende wijze blokkeert — door je de toegang tot het personage van de vader finaal te ontzeggen — en met een fantastische acteerprestatie van Paul Mescal. The Florida Project van Sean Baker is een andere prent waaraan we moesten denken: Romvari en Baker hebben duidelijk begrepen dat je kinderen gewoon kinderen mag laten zijn. Het enige dat je moet doen is ze volgen met de camera. Zo komen er poëtische flarden over kinderlijke verwondering bovendrijven. De regisseur moet die momenten enkel vangen. Dat krijgt Romvari wel goed.

We onthouden dat Blue Heron netjes past binnen een tendens die we niet graag zien: de neiging om psychologische inkijk te verwarren met artistieke waarde. En wij die er met zijn allen luid voor applaudisseren.

Met Eylul Guven, Edik Beddoes, Iringó Réti, Ádám Tompa, Amy Zimmer. Canada. 1u31.