RECENSIE: NOTRE SALUT
Notre Salut benadrukt de stille kracht van elke kleine schakel die de Holocaust mee mogelijk maakte. Met een banale hoofdpersoon, onopvallende decors en minimalistische cameratechnieken duwt Emmanuel Marre de kijker in het heden van de jaren veertig.
- vertaald door Zita Meeusen
‘Het lijdt geen twijfel dat u ooit iets uitzonderlijks zal overkomen.’ In 1940 laat Henri Marre tijdens een mondaine avond in Vichy zijn hand lezen door een man die hem een weinig indrukwekkende toekomst voorspelt. Deze scène, die het begin van de film inluidt, fungeert bijna als een intentieverklaring van Emmanuel Marre. Om de turbulente periode van het Frankrijk onder Pétain te schetsen, kiest hij voor een omweg. Het levensverhaal van een man die aan lager wal is geraakt en ervan overtuigd is dat zijn revolutionaire managementmethodes het land weer op de been kunnen helpen, is daarbij de leidraad. Met dit personage en met een bijzonder boeiend vormelijk experiment wil Marre ons onderdompelen in de collaboratie alsof die zich in het heden afspeelt, losgerukt uit haar zwaarwegende historische keerpunten.

Waar luisterrijke reconstructies de klassieke historische film bijna systematisch kenmerken, haalt deze langspeelfilm zijn kracht uit onopvallende decors. Ze sluiten aan bij de functie van Henri, die al snel wordt benoemd tot hoofd van het Commissariaat voor de Bestrijding van de Werkloosheid in Limoges. Kilometers verwijderd van de grote beslissingscentra voert de cineast ons naar die periferie, die dankzij zijn mise-en-scène bijzonder boeiend wordt. De korrel, de gedempte kleuren en de abrupte zoombewegingen van een digitale Bolex-camera, aangevuld met de belichting van een zaklamp in de nachtscènes, geven het bureaucratische dagelijkse leven onder het Vichyregime een aangrijpend gevoel van directheid.
Door niet te focussen op wat de geschiedenis heeft onthouden, maar op de onzichtbare schakels die haar mee hebben vormgegeven, houdt de regisseur de gruwel van de collaboratie grotendeels buiten beeld. Die dringt zich echter, zoals altijd, langs andere wegen aan ons op. Het doet ons denken aan de rook die opstijgt uit de schoorstenen in The Zone of Interest (Jonathan Glazer, 2023), een gruwelijke verwijzing naar de crematoria van Auschwitz die aan het zicht zijn onttrokken door de omheiningsmuur van de woning van kampcommandant Höss.

In Notre Salut komt de verdrongen Holocaust ook weer aan de oppervlakte, deze keer via de verhullende taal van de administratie. In een ijzingwekkende scène wordt het ‘oppakken’ van Joden taalkundig omgedoopt tot het ‘hergroeperen’. Het is een term die minder hard klinkt, maar in werkelijkheid wel degelijk op een razzia duidt. In een andere scène maakt Henri bezwaar tegen de aankoop van stro en kamerpotten voor gedeporteerden. In de boekhouding worden zij dus herleid tot een uitgavenpost.
In plaats van een ondubbelzinnige vaststelling te presenteren, nodigt de film ons uit om geweld te ervaren dat zich in alle stilte voltrekt. Dat stille geweld resoneert met de manier waarop onze rechtse regeringen hun dodelijke beleid verhullen met communicatiestrategieën en managementtaal. Het is geen spiegel, maar het schijnt licht op de verraderlijke mechanismen die, tandwiel na tandwiel, het fascisme van morgen in elkaar zetten.

Met Swann Arlaud, Sandrine Blanck en Harpo Guit. Frankrijk / België. 2u15.
Vertaald door Zita Meeusen.