RECENSIE: PRESSURE

Deel
RECENSIE: PRESSURE

SNELKOOKPAN OP EEN TE LAAG VUUR

‘Oerdegelijk’ is het geschikte label voor Pressure, een klein stukje geschiedenis over hoe meteorologische voorspellingen het verloop van D-Day bepaalden.

De historische film is een knus genre. Dan hebben we het niet over de epische vertellingen van tot de verbeelding sprekende figuren als Alexander de Grote of Julius Caesar, maar over kleinere verhalen die een grote impact hadden, zoals The Imitation Game, Spotlight, Argo, Hidden Figures. Zulke films gaan als zoete broodjes naar binnen. Echt gebeurd, je leert iets bij, entertainende verpakking. Aan dat rijtje mag je nu ook Pressure toevoegen, die inzoomt op de dagen voorafgaand aan de landing in Normandië op 6 juni 1944. Daarbij kruist de Schotse meteoroloog James Stagg (Andrew Scott) de degens met de Amerikaanse generaal Dwight Eisenhower (Brendan Fraser).

Anno 1944 moet de landing in Normandië een bres slaan in Hitlers Atlantikwall en zo de weg naar het einde van de oorlog openen. Maar het weer moet meezitten. De golven mogen niet te hoog zijn, de vliegtuigen moeten voldoende zichtbaarheid hebben. Zo niet zal deze hele operatie mislukken en zullen duizenden de dood vinden. 72 uur op voorhand het weer correct voorspellen, blijkt echter moeilijk. De druk op de schouders van Eisenhower en Stagg om de grootse operatie te doen slagen, is enorm.

Het verhaal volgt vervolgens keurig het draaiboek van dit soort historisch drama. Uiteraard moet het hele team aanvankelijk niks hebben van de stijve en humorloze Stagg, zal de Schotse meteoroloog tot een andere voorspelling komen dan zijn Amerikaanse tegenhanger, en zullen Stagg en Eisenhower eerst bikkelen alvorens elkaar te leren respecteren. Daarom omschrijven we Pressure als comfortabel kijkvoer: de kijker krijgt exact wat een film als deze moet geven. Missie geslaagd. Komt er nog eens bij dat hij zichzelf netjes presenteert. Het verhaal wordt mooi tot leven gebracht met rijke sets en kostuums, engagerend camerawerk en horden strijkers op de soundtrack. Films als deze krijgen de kijker moeiteloos mee.

Dat gemak is evenzeer een voor- als een nadeel. Het is een voordeel, want de film werkt voor leeftijden van 10 tot 100. Het is een nadeel want het is risicoloos. Wat de ene zal omschrijven als ‘klassiek’, zal de andere ‘oubollig’ noemen. Regisseur Anthony Maras maakt bovendien een aantal fouten.

De twee hoofdfiguren zijn interessant. Andrew Scott heeft voldoende talent om te kunnen schipperen tussen een grappige luchtigheid (Fleabag) en ernstige droefenis (All of Us Strangers). Hier houdt hij zich evenwel te nors en streng, met een scenario dat hem onvoldoende toelaat emotioneel open te breken. Brendan Fraser deelt de droefenis met Scott — er hangt een immense weemoed over de man, die onlosmakelijk verbonden is met zijn acteerspel. Het is een fascinerende eigenschap, maar het beperkt het soort rollen dat hij aankan (The Whale was bijvoorbeeld exact op zijn maat gesneden). Hij blijkt hier helaas schromelijk miscast als oorlogsgeneraal. Wanneer zijn furie losbarst, zien we een acteur die zich breed en luid maakt maar geen sikkepit dreiging uitstraalt.

De hamvraag van de hele mikmak is of D-Day kan doorgaan of niet, een setup die een spanning introduceert. Maar Anthony Maras beschikt als regisseur over onvoldoende controle en flair om daar alle sensatie uit te wringen. Het is allemaal niet zo nagelbijtend als je zou hopen. De spanning wordt nergens echt op de spits gedreven. Denk je van wel? Leg Pressure dan eens naast Edward Bergers Conclave. Je merkt het verschil. Kleine randopmerking: gedurende het eerste uur van de film heeft men het de hele tijd over de invasie op 5 juni. De kijker die opgelet heeft in de geschiedenisles weet dat deze plaatsvond op 6 juni. Zo op voorhand weten dat ze de invasie zullen uitstellen wegens het weer, heeft een impact op de spanningsboog. Een rotvervelend effect. 

We rolden met de ogen toen bleek dat Staggs vrouw niet enkel op het punt staat te bevallen net wanneer D-Day plaatsvindt, maar ook dat haar ziekenhuis aan de vooravond van de landing platgebombardeerd wordt door de nazi’s. Stagg blijft in het ongewisse over haar lot, terwijl hij Eisenhower verder adviseert. Zo haal je je protagonist nog maar eens door de mangel. Op ons heeft dat soort gemakzuchtige narratieve ingreep een averechts effect. We begrijpen de tactiek van de makers om de spanning op te voeren, maar het is transparant en geforceerd. We geloven het niet en tot niemands verrassing blijkt het ook niet echt gebeurd. Het ergert om plots te voelen hoe je bespeeld wordt. Idem wat betreft de bijrol van Kerry Condon. Haar personage voelt als het gevolg van de noodzaak om een vrouw te introduceren in het verhaal. Maar het zou fijn zijn als iemand ons kan uitleggen wat haar functie is. Ze heeft geen jota impact op de plot of de personages.

Maras sleurt er in de finale ook nog eens het in films kapot gebruikte Spiegel im Spiegel van Arvo Pärt bij om de landing in Normandië van enige emotionele klanken te voorzien. Het signaal voor ons om de jas aan te doen en de film te laten voor wat hij is. 

Pressure doet een aantal zaken verkeerd. De spanning blijft wat lauw, Brendan Fraser is miscast, de regie is niet sterk genoeg, en het scenario grijpt opzichtig naar goedkope emotionele trucs. En toch is ‘oerdegelijk’ uiteindelijk precies het juiste woord, want alles getuigt van vertrouwd (maar veel te braaf) vakwerk. Wie zich niet stoort aan die veilige aanpak, krijgt een verzorgde en toegankelijke historische film die netjes doet wat hij moet doen.

Met Andrew Scott, Brendan Fraser, Kerry Condon, Damian Lewis, Chris Messina. Verenigd Koninkrijk / Frankrijk / Verenigde Staten. 1u40.