RECENSIE: RESIDENT EVIL

Deel
RECENSIE: RESIDENT EVIL

De beste videogames hebben een duidelijke missie. In Resident Evil moet Bryan kost wat kost een pakje bezorgen in het ziekenhuis van Raccoon City. Al staat een resem aan monsters, bloed en tentakels hem daarbij stevig in de weg.

Verfilmingen van videogames, het blijft een moeilijk gegeven. Niet veel titels konden de vertaling van console naar het grote scherm met glans doorstaan. Het meest legendarische voorbeeld van hoe het niet moet blijft Super Mario Bros. uit 1993, die de kleurrijke Nintendowereld inruilde voor een dystopische nachtmerrie en vandaag een status als cultfilm geniet. Ook verfilmingen van bekende games als Max Payne, Assassin’s Creed en Need for Speed wisten zowel kritisch als commercieel niet te overtuigen, en in 2024 zorgde de Borderlands-film nog voor een gigantische flop. Aan de andere kant van het spectrum bevinden zich de Sonic the Hedgehog-films, die er wel in slaagden om ook in filmvorm een succesvolle franchise uit te bouwen, en A Minecraft Movie, dat in 2025 aan de kassa een enorm succes was. Maar hoe brengt Resident Evil het ervan af?

Aan deze verfilming door Zach Cregger (regisseur van Barbarian en Weapons) gingen al een hele reeks films en TV-series met wisselend succes vooraf. De nieuwe film vormt een reboot waarbij Cregger in interviews liet weten dat hij “total freedom” kreeg van Sony om zijn eigen visie door te drukken, en dat is duidelijk merkbaar. Waar eerdere verfilmingen de nadruk op actie legden, kiest deze versie duidelijk voor survival horror, volgens Cregger een verhaal dat hij ook had willen schrijven als het geen Resident Evil-film was geweest. Tegelijk was zijn doel om de sfeer en spelervaring van de games zo goed mogelijk te vatten.

De film opent met Bryan (Austin Abrams), een klungelende koerier die geen pizza’s levert maar organen voor operaties naar ziekenhuizen transporteert. Bryan lijkt de job vooral te doen omdat het snel geld oplevert en wanneer hij last minute wordt gevraagd om een spoedlevering naar het ziekenhuis van Raccoon City te brengen, kan hij dan ook moeilijk nee zeggen. De afgelegen locatie betaalt immers dubbel. Op de besneeuwde weg richting het ziekenhuis gaat het mis wanneer Bryan een vrouw aanrijdt die plots voor zijn wagen opduikt. Wanneer hij uitstapt om haar te helpen, blijkt echter dat er iets grondig mis is met haar, waarna de situatie al snel escaleert.

Het eerste half uur van Resident Evil biedt onversneden filmfun. Austin Abrams zet het hoofdpersonage op zo’n herkenbare manier neer dat je als kijker niet anders kan dan sympathie voor hem opbrengen. Zijn rit richting Raccoon City door de besneeuwde bossen is dan weer een spookachtig pareltje. Terwijl de sneeuwvlokjes over het scherm dwarrelen, laat Bryan de bewoonde wereld achter zich en reis je als kijker mee naar een plek waar het gevaar achter elke hoek loert. Mooi ook om te zien hoe de makers op overtuigende wijze met licht en kleur spelen. Na Bryans aanrijding baadt de besneeuwde bosweg plots in het donkerrood, afkomstig van de achterlichten van de wagen maar uitvergroot voor filmisch effect. Dit soort visuele details maken van de film bij momenten een waar genot voor het oog.

De tocht van Bryan richting Raccoon City vormt het verdere verloop van de film, en die verloopt uiteraard niet vlekkeloos. Al snel spat het bloed in het rond. Het leuke daaraan is dat Resident Evil ook als film een hoog videogamegehalte krijgt. Het ene na het andere vervelende hangslot moet geopend zien te worden, wapens en ammo slingeren rond in verlaten boerderijhuizen. Op een bepaald moment schakelt het cameraperspectief zelfs even naar first-person modus, waarbij je over Bryans shotgun meekijkt. Deze kleine knikjes richting fanbase herinneren je eraan waar de oorsprong van de franchise ligt en bepalen mee de toon van deze film, waarin luchtige humor de bloederige sequenties op geslaagde wijze doorprikt.

Wie enige diepgang van het verhaal verwacht, komt van een kale reis thuis. Doorheen zijn speelduur lijkt Resident Evil vooral op een langgerekte videogame-missie, waarbij Bryan op zijn weg naar Raccoon City met zoveel mogelijk monsterlijke creaturen moet zien af te rekenen. Waar Cregger in het begin nog met een aantal onverwachte scares weet uit te pakken (de hond!), verdwijnt dat verrassingseffect helaas al snel. Het design van de monsters deed ons ook wat denken aan de creaturen uit de serie The Last of Us (ook een videogameverfilming, waarvan het eerste spel in 2013 verscheen en dus waarschijnlijk zelf beïnvloed door de Resident Evil-games, die uit het Playstation 1-tijdperk stammen) en The Thing van John Carpenter. De vele tentakelmonsters die Resident Evil voorschotelt, zijn bij momenten zó over the top en worden bovendien vaak net iets te gemakkelijk een kopje kleiner gemaakt dat het zelden écht griezelen wordt.

Maar laat dat de pret vooral niet drukken, want de liefde van regisseur Cregger voor het horrorgenre blijft doorheen de hele film duidelijk voelbaar. Wat vooral overblijft, is een chaotische trip die nauwelijks tijd krijgt om te vervelen. De speelduur blijft strak, het tempo ligt hoog en de combinatie van gore, humor, monsterlijke creaturen en subtiele verwijzingen naar de games levert een ervaring op die geregeld meer als een videogame dan als een klassieke horrorfilm aanvoelt. Echt griezelen wordt het zelden, maar als bloederige rollercoaster-rit biedt deze Resident Evil ruim voldoende vertier.

Met Austin Abrams, Paul Walter Hauser, Zach Cherry, Kali Reis, Johnno Wilson. Verenigde Staten / Duitsland. 1u30.