RECENSIE: THE DOG STARS
Na een verwoestende pandemie leeft piloot Hig geïsoleerd met zijn hond en de cynische Bangley. Een mysterieuze radioboodschap lokt hem uit hun relatief veilige enclave, op zoek naar andere overlevenden.
Hig (Jacob Elordi) heeft de samenleving zien verdwijnen en denkt nog vaak met heimwee terug aan de oude wereld. Zijn vrouw is gestorven en de weinige overlevenden die hij tegenkomt, zijn meestal onbetrouwbaar. Het enige wat hem nog met het verleden verbindt, is zijn Cessna-vliegtuig en zijn hond Jasper. Met die laatste aan zijn zijde heeft hij toch enigszins een ‘thuis’ weten op te bouwen in een weinig aangename omgeving. Dat hij die plek moet delen met de mopperende, tot de tanden bewapende Bangley (Josh Brolin), neemt hij erbij. Wanneer Jasper sterft, verliest Hig zijn enige houvast en begint hij zich af te vragen waarom hij nog zou blijven. Hij laat Bangley achter en gaat op zoek naar restanten van het leven dat hij ooit kende.
Deze zoektocht brengt Hig in contact met Cima (Margaret Qualley) en haar vader Pops (Guy Pearce). Cima confronteert hem met iets wat hij jarenlang heeft proberen te vermijden: de aanvaarding dat de mensen en dieren die hij liefhad voorgoed verdwenen zijn, maar ook met de mogelijkheid om opnieuw een thuis op te bouwen in de wereld zoals die nu is.

De laatste jaren is het bij Ridley Scott steeds vaker alles of niets. Soms bewijst hij waarom hij tot de grote cineasten van zijn generatie behoort, op andere momenten levert hij films af waarop technisch weinig valt aan te merken maar die ondanks al dat vakmanschap de aandacht maar moeilijk kunnen vasthouden. Deze adaptatie van Peter Hellers roman behoort helaas tot die tweede categorie.
Nochtans valt er op het eerste gezicht heel wat voor de film te zeggen. De uitgestrekte landschappen zijn prachtig gefilmd, de decors zitten vol kleine details en ook de acteurs, inclusief de hond, zijn perfect gecast. Scott weet bovendien hoe hij deze post-apocalyptische omgeving tastbaar en authentiek kan maken zonder dat ieder hoekje van het beeld om aandacht schreeuwt.
Het probleem is dat The Dog Stars zich op terrein begeeft dat de voorbije decennia uitvoerig is verkend, zowel in literatuur als op film en televisie. Dat hoeft geen bezwaar te zijn — originaliteit zit minstens even vaak in de benadering als in het uitgangspunt — maar het verhaal voegt te weinig toe om dat déjà-vugevoel van zich af te schudden. Ontwikkelingen laten zich ruim op voorhand raden en situaties roepen vaker herinneringen op aan andere post-apocalyptische verhalen dan dat ze een eigen identiteit krijgen.
Bovendien helpt het niet dat Scott de symboliek te nadrukkelijk behandelt. Ideeën en beelden die op zichzelf voldoende zeggingskracht hebben, worden extra onderstreept, en de film vertrouwt te weinig op de mogelijkheid dat de kijker zelf verbanden legt. De grootste misstap komt echter op het einde. De wending is niet alleen gemakkelijk te voorspellen, maar bovendien zo ongeloofwaardig en buitensporig dat het moeilijk wordt om ze te vergeven.
Gelukkig maken de personages veel goed. Higs eenzaamheid en verdriet zijn duidelijk voelbaar en zijn voorzichtige toenadering tot Cima is vertederend. Ook Bangley en Pops blijven niet steken in karikaturen. Ze zijn agressief en achterdochtig, maar tegelijk geloofwaardig en op hun eigen manier sympathiek. Het is aangenaam vertoeven in het gezelschap van die karakters, en ze geven The Dog Stars een emotionele toegankelijkheid die de onvolkomenheden grotendeels opvangt.
Wie nog maar weinig post-apocalyptische films heeft gezien en vooral komt voor mooie landschappen, goede vertolkingen en technisch vakmanschap, kan hier best een fijne avond aan beleven. Maar wie van The Dog Stars iets meer verwacht dan een degelijk gemaakte variant op een bekend verhaal, zal minder onder de indruk zijn. Er zijn te veel kwaliteiten om de film eenvoudigweg af te schrijven, maar dit zal de geschiedenis niet ingaan als een van Scotts meesterwerken.
Met Jacob Elordi, Margaret Qualley, Josh Brolin, Guy Pearce, Benedict Wong. USA/UK. 1u58.