RECENSIE: Peter Hujar's Day
Ik kan God toch niet onderbreken?
Voor een praatfilm in Scandinavische stijl moet je deze maand in de VS zijn. In Peter Hujar’s Day vertelt Peter Hujar – ja - wat hij de dag voordien deed. Het resultaat kijkt verrassend vlot weg en voelt als een liveverslag uit het New York van 1974.
De Amerikaanse regisseur Ira Sachs mag zichzelf ondertussen gerust een queer-icoon noemen. Al sinds zijn debuut in 1996 (The Delta) onderzoekt hij door de lens van de cinema verhalen van LGBTQIA+-personen op zijn typerende terughoudende manier. Hij geeft het liefst de acteurs de ruimte om de film spelenderwijs mee vorm te geven. Daarvoor volstaat het om in gesprekken niet te veel te knippen en de scènes zo natuurlijk mogelijk te laten uitspelen.
Geen wonder dus dat het boek Peter Hujar’s Day van de Amerikaanse schrijfster Linda Rosenkrantz hem meteen aansprak. Dat boek is een transcriptie van een gesprek dat Rosenkrantz had met de fotograaf Peter Hujar op 19 december 1974. Ze vroeg hem om te beschrijven hoe hij de dag voordien had doorgebracht en wat volgde is een bijna niet te stoppen woordenstroom van banale handelingen, financiële vragen, creatieve overpeinzingen, sociale interacties, een afhaalmaaltijd, zekerheden en twijfels, tjokvol details en beschrijvingen zoals alleen een fotograaf die kan opmerken.
Zulk een schijnbaar alledaagse dialoog herbergt heel wat lagen voor wie aandachtig is en wie aandachtig is, zal die ook terugvinden in de performance van de Britse Ben Whishaw (Paddington, Skyfall). Sachs dacht meteen aan hem toen hij het boek las en Whishaw hapte gretig toe. De acteur ligt voor het grootste deel van de film op bed, zit op een stoel, leunt tegen de muur, maar zijn alleenspraak ratelt hij niet af, hij doet uitschijnen dat elk nieuw idee echt op dat moment in hem opkomt. Kleine handelingen, blikken, haperingen: in feite zijn dat de echte hoofdpersonages in deze film.
Soms komt Rosenkrantz (Rebecca Hall) tussen om het gesprek te laten voortduren, of om te reageren op wat hij net zei, maar voor de rest is het ongezien hoeveel ruimte ze laat voor het verhaal van haar boezemvriend, net zoals Hujar de dag voordien de dichter Allen Ginsberg niet durfde onderbreken. De fotograaf verduidelijkt: “Ik kan God toch niet onderbreken?” Een ondankbare rol? Misschien, maar de chemie tussen Hall en Whishaw maakt dat het publiek het gevoel krijgt echt door een venster naar het verleden te kijken.

Het camerawerk van Director of Photography Alex Ashe probeert ondertussen de echtheid van de scènes verder door te drukken. De nostalgische korrel op het beeld transporteert ons naar de jaren 70. Ashe zoekt in elke scène nieuwe, vernieuwende en dan nog weer andere hoeken om de personages uit te filmen. Waarom elk shot eruitziet zoals het eruitziet is niet altijd duidelijk, maar het maakt dat de film nooit verveelt.
Ashe liet zich duidelijk inspireren door het portretwerk van Hujar zelf. De composities doen daarnaast denken aan een oude Ingmar Bergman-film (bijvoorbeeld Scenes from a Marriage uit 1973). Dat moge niet verbazen, want niemand maakt een praatfilm zoals ze dat doen in Scandinavië. Peter Hujar’s Day mag wél gerust een bijzonder verdienstelijke Amerikaanse toevoeging genoemd worden aan het genre.
Het is bijna een uitgestoken middenvinger naar de hedendaagse ratrace om een gemoedelijke praatfilm uit te brengen in 2026. Hujar legt uit hoe goede kunst tijd nodig heeft. Wel, hier is een film die zijn tijd neemt om een gesprek uit te spinnen. Zodoende toont het een hyperpersoonlijke blik op een verloren artistieke queer gemeenschap die ongeveer een decennium later bijna volledig door AIDS verwoest zou worden. Hujar zou in 1987 zelf immers bezwijken aan de ziekte. Deze film heeft nu alleen nog een publiek nodig dat de tijd wil nemen om hem te gaan zien.
Met Ben Whishaw, Rebecca Hall. Verenigde Staten, 01u16.