België, het beloofde land?

Deel
België, het beloofde land?

België mag dan geen filmgrootmacht zijn, toch duiken we de laatste jaren steeds vaker op in internationale film- en televisieproducties. Van Lords of War met Nicolas Cage tot de BBC-reeks Hidden Assets en de Spaans-Belgische oorlogsfilm Frontera, buitenlandse producenten vinden steeds vaker de weg naar ons land. Maar wat maakt België dan zo aantrekkelijk?

Volgens Katrien Maes, coördinator bij overheidsdienst Screen Flanders, ligt de basis bij een combinatie van financiële maatregelen die België stevig op de internationale productieradar hebben gezet. De welbekende tax shelter speelt daarin een centrale rol. Kort samengevat kunnen bedrijven via dit systeem fiscaal voordelig investeren in audiovisuele producties. Ze krijgen een belastingvermindering en een financieel rendement in de vorm van intresten, terwijl producenten het kapitaal meteen kunnen inzetten binnen hun productiebudget.

Die directe inzetbaarheid maakt de Belgische tax shelter net bijzonder binnen Europa. Veel buitenlandse systemen werken met fondsen die pas na afloop van een productie worden uitbetaald. In België kunnen producenten het geld al tijdens het productieproces gebruiken. Naast de federale tax shelter beschikken ook de gewesten en gemeenschappen over eigen filmfondsen. Omdat deze systemen combineerbaar zijn, ontstaat een financieel gunstig kader dat België bijzonder aantrekkelijk maakt voor internationale producenten. Daar staat wel tegenover dat een deel van de uitgaven effectief in België moet gebeuren, wat het belang van lokaal talent en infrastructuur duidelijk maakt.

Hier ligt volgens Maes de echte sterkte van België. Naast regisseurs als Adil El Arbi & Bilall Fallah, Hans Herbots en Tim Mielants zijn ook acteurs als Kevin Janssens, Koen De Bouw, Veerle Baetens en Charlotte Vandermeersch internationaal gegeerd. Ook Belgische componisten, cameramensen en scenaristen kenden al internationale successen. Ons land heeft de afgelopen jaren dus een hele reputatie opgebouwd, zowel op het vlak van financiering als van talent. Bovendien beschikt België over de nodige hoogstaande technische faciliteiten. Zo is LITES in Vilvoorde één van de meest geavanceerde waterstudio’s ter wereld en een geliefde locatie voor grootschalige producties die spectaculaire onderwaterscènes willen draaien. Het Antwerpse Flow is gespecialiseerd in visuele effecten, terwijl Sonhouse in Brussel een vaste waarde is geworden voor geluidsproductie van tal van internationale films en series. Die combinatie van knowhow en infrastructuur zorgt ervoor dat producties hier niet alleen worden gefinancierd, maar ook creatief en technisch mee worden aangestuurd.

Kevin Janssens op de set van Frontera

Huwelijk

Langs Franstalige kant stelt Emmanuel Roland van de FWB (Fédération Wallonie-Bruxelles) dat coproducties ook inhoudelijk interessant zijn. Volgens hem is de audiovisuele sector van nature internationaal gericht, waarbij makers steeds op zoek gaan naar nieuwe verhalen en perspectieven. Via internationale samenwerkingen kunnen ze die diversiteit verankeren in het creatieve proces. Bovendien maken coproducties het mogelijk om nieuwe markten te bereiken en een breder publiek aan te spreken. Uit cijfers blijkt dat films met meerdere landen als partner een groter bereik hebben dan puur nationale producties: ze lokken meer kijkers naar de filmzalen of scoren beter op filmfestivals. Recente voorbeelden illustreren die dynamiek. Zo is Yesterday the Eye Didn’t Sleep van Rakan Mayasi, geselecteerd voor het filmfestival van Cannes, de eerste officiële coproductie tussen de FWB en Libanon. Ook projecten als Soudain van de Japanse cineast Ryūsuke Hamaguchi en Ton animal maternel van Valentina Maurel — met een team dat deels uit Costa Rica komt — tonen de sterkte van internationale samenwerkingen.

Voor producent Marta Ramirez van het Spaanse productiehuis Coming Soon Films vormden de aantrekkelijke Belgische financieringsmaatregelen de initiële reden om voor het oorlogsdrama Frontera van regisseur Judith Colell een samenwerking met het Antwerpse Bulletproof Cupid op te starten. Volgens haar groeide die samenwerking echter al snel uit tot meer dan een financiële opportuniteit. Zo was het volledige team voor make-up en haar afkomstig uit België, was er met Kevin Janssens een Belgische hoofdacteur — ook Joren Seldeslachts en Anna Franziska Jäger staan voor de camera — en werd het grootste deel van de post-productie in België uitgevoerd. Wat begon als een budgettaire noodzaak groeide uit tot een volwaardige creatieve samenwerking waarin het Belgische aandeel duidelijk zichtbaar is.

Die wisselwerking tussen economische en creatieve motieven typeert coproducties. Toch is dat evenwicht niet zonder uitdagingen. Vaak is het complex en tijdrovend om verschillende financieringsstructuren op elkaar af te stemmen en de kosten te verdelen van kosten. Daarnaast is er de samenwerking met buitenlandse teams en studio’s, waarbij ook afspraken over de definitieve montage en distributiestrategie gemaakt moeten worden. Bovendien vormt werken in een andere taal altijd een extra uitdaging. Die complexiteit wordt ook door Maes bevestigd. Ze vergelijkt een coproductie met een huwelijk: projecten lopen vaak meerdere jaren, en een duurzame samenwerking vraagt om een gedeelde visie en wederzijds vertrouwen. De uitdaging schuilt erin om die elementen te verzoenen zonder dat de authenticiteit of creatieve waarde van het project in het gedrang komt.

De zoektocht naar de juiste samenwerking zie je ook in de keuze van internationale partners. Voor Vlaanderen situeren die zich historisch in Nederland en de Franstalige gemeenschap, maar ook in Duitsland en Luxemburg. Volgens Maes zien we ook een toename in coproducties met Ierland, mede dankzij financieringsmechanismen die goed op elkaar aansluiten. Een voorbeeld is de Iers-Belgisch-Canadese misdaadreeks Hidden Assets, waarvan inmiddels drie seizoenen werden gemaakt. Ons land was eind vorig jaar ook één van de locaties voor Lords of War, het vervolg op Lord of War, waarin Nicolas Cage opnieuw de hoofdrol vertolkt. Toevallige voorbijgangers konden de acteur aan het werk zien op de Gentse Graslei — een illustratie van hoe ook grote internationale producties steeds vaker in België neerstrijken.

Yesterday the Eye didn't sleep, een Belgisch-Libanese coproductie in Un Certain Regard

Kruisbestuiving

Langs Franstalige kant blijft Frankrijk een sleutelpartner, omwille van nabijheid, gedeelde taal en culturele affiniteit, al wordt ook regelmatig samengewerkt met Luxemburg, Zwitserland en Québec. De FWB zet sterk in op verdere internationalisering en ook op Europees niveau wordt gewerkt aan nieuwe afspraken om de internationale samenwerking verder uit te breiden. Het coproductielandschap wordt daarmee steeds diverser en internationaler, een evolutie die ook wordt versterkt door het internationale succes van Vlaamse en Belgische speelfilms. Sterke festivalprestaties hebben het imago van België en Vlaanderen als aantrekkelijke coproductieregio de voorbije jaren merkbaar opgekrikt, met recente successen op onder meer de Berlinale en het filmfestival van Cannes. Nieuwe films van regisseurs als Lukas Dhont, Felix van Groeningen en Patrice Toye zullen dat beeld naar verwachting verder bevestigen.

De groei van internationale coproducties heeft niet alleen een effect op de zichtbaarheid van België in het buitenland, maar ook op de sector zelf. Door samen te werken met buitenlandse partners krijgen Belgische makers toegang tot grotere budgetten, nieuwe netwerken en internationale distributiekanalen. Tegelijk zorgt de instroom van buitenlandse producties voor extra werkgelegenheid en kennisuitwisseling binnen de lokale industrie. Technici, acteurs en creatieven doen ervaring op in grotere en vaak complexere producties, wat de professionalisering van de sector verder stimuleert. Die kruisbestuiving versterkt niet alleen individuele carrières, maar tilt ook het algemene niveau van de Belgische audiovisuele sector naar een hoger niveau.

Met een uniek financieel ecosysteem, een rijke vijver aan talent en een technische infrastructuur die internationale vergelijking doorstaat, beschikt België over de nodige troeven om zich verder te ontwikkelen als één van de meest aantrekkelijke coproductielanden van Europa. Voor Marta Ramirez was de samenwerking met ons land alvast voor herhaling vatbaar: met haar productiebedrijf Coming Soon Films gaat ze voor een volgend filmproject opnieuw met een Belgische partner in zee.

Wat begint als een financiële drijfveer, groeit in de praktijk steeds vaker uit tot een duurzame creatieve samenwerking. In een sector die steeds internationaler wordt, is het niet noodzakelijk de grootste speler die het verschil maakt, maar wel degene die het best inspeelt op de noden van internationale producties. En net daarin blijkt België, ondanks zijn bescheiden schaal, opvallend sterk.


Lees meer