RECENSIE: Backrooms
Er zijn maar weinig horrorfilms die je angstig maken voor iets zo banaal als geel behangpapier. Backrooms (2026) van de 20-jarige regisseur Kane Parsons, slaagt er in zijn bioscoopdebuut in om iets te doen wat de meeste ervaren horrorregisseurs nooit lukt: hij maakt de stilte tastbaar. De oneindige kamers vol verbleekt geel behangpapier, het zoemende fluorescerende licht dat nooit uitvalt, de vloer die onheilspellend vertrouwd aanvoelt zonder ooit echt thuis te zijn; dit zijn geen decorstukken, dit is de film. Parsons bouwde zijn naam op YouTube met een 9-minuten durende found footage-clip die inmiddels 85 miljoen keer bekeken werd, en hij maakt die overgang naar het grote scherm zonder ook maar een greintje bravoure te verliezen. Dat is op zich al indrukwekkend.
Clark, gespeeld door Chiwetel Ejiofor, is een gefrustreerde ex-architect die nu een sjofele meubilairwinkel runt – Cap’n Clark’s Ottoman Empire – in het begin van de jaren negentig. Zijn vrouw heeft hem het huis uitgegooid, hij slaapt in zijn eigen winkel tussen de gevlekte banken en goedkope koffietafels, en hij gaat in therapie bij de kalme maar ook innerlijk gebroken Mary Kline (Renate Reinsve). Op een avond ontdekt Clark in de kelder van zijn winkel een onzichtbare doorgang naar een andere dimensie: een eindeloos labyrint van kamers vol pisgeel behang, versleten tapijt en zoemende plafondverlichting. Hij raakt bezeten door die ruimte. Zijn medewerkers Kat (Lukita Maxwell) en Bobby (Finn Bennett) worden erin meegesleurd. Mary volgt, op zoek naar haar verdwenen patiënt.

Het concept van de Backrooms is geboren uit een anonieme post op 4chan in 2019: een foto van een lege ruimte onder renovatie, vergezeld van de beschrijving van een dimensie die je per ongeluk kunt binnenwandelen. Iets wat omschreven wordt als 'no-clipping'. In gamingtermen is zo’n fenomeen heel bekend en wordt omschreven als 'glitch'. Parsons pakte dit idee op als tiener, bouwde er een YouTube-webserie van en belandde bij A24, die hem op zijn negentiende contracteerde. Het resultaat is gedraaid op een set van ruim 27.000 vierkante meter in Vancouver, met een budget van tien miljoen dollar. En gezien hij nog onevervaren was kreeg hij de steun van twee doorwinterde horror-filmmakers; met name James Wan en Osgood Perkins – wat meteen verklaart waarom de film zo zelfbewust aanvoelt. Tijdens het openingsweekend bracht Backrooms 81 miljoen dollar op in de VS alleen, waarmee het meteen A24’s grootste opening ooit werd en Parsons de jongste regisseur ooit die nummer één haalde aan de box office. Ondertussen heeft de film al 212 miljoen dollar opgehaald en moet nog in heel wat landen uitkomen.

Wat Parsons begrijpt, en wat veel studiohorror al decennialang mist, is dat de meest ondraaglijke angst niet uit het zichtbare komt. De Backrooms worden nooit echt uitgelegd. Ze worden gevoeld. De sets van productieontwerper Danny Vermette zijn een meesterstuk: alles ziet er net iets te normaal uit om geruststelling te bieden. Schoenen die half uit de vloer steken. Wegwijzers met spiegelschrift. Meubelstukken die lijken vastgegroeid aan muren. Het is het uncanny-valley-effect in architecturale vorm – een ruimte die menselijkheid imiteert zonder die te begrijpen. Cinematograaf Jeremy Cox versterkt dit met een afgemeten symmetrie die eerder aan Wes Anderson doet denken dan aan conventionele horror, en het werkt verrassend goed. De film begint met handheld “found footage” beelden van een goedkope videocamera in een 3:4 formaat en switcht dan naar beelden gefilmd met een peperdure digitale Sony CineAlta Venice 2 camera met Zeiss Supreme Prime Lensen. Normaal worden found footage beelden gebruikt om ons in de actie te trekken; hier had ik het tegenovergestelde gevoel. De haarscherpe CineAlta beelden maakt deze wereld net tastbaar. De score werd gecomponeerd door Edo Van Breemen en Parsons zelf en is een mix van synthetisch gezoem en fragmentarisch geknars, nooit nadrukkelijk, altijd aanwezig, als een koelkast die je pas opmerkt als je er uren naast hebt gezeten.
De twee hoofdrollen dragen de film op een manier die het script niet altijd verdient. Ejiofor speelt Clark met een knetterende ingehouden woede, hij is een man die zichzelf al lang heeft opgegeven maar dat aan niemand wil toegeven. Zijn prestatie is bijzonder omdat hij nooit vervalt in de gemakkelijke overdrijving die zo’n rol uitlokt. Reinsve is de tegenpool: koel, gemeten, met een verleden dat als een langzame lekkage aan de oppervlakte komt. Haar Mary is de interessantere figuur van de twee, maar het scenario van Will Soodik geeft haar minder ruimte dan ze verdient. De therapiegesprekken in de eerste helft zijn ambitieus in opzet maar worden al snel een stilistisch kunstje dat meer uitlegt dan het onthult. Clark en Mary zijn duidelijk twee kanten van dezelfde munt; de ene vlucht in de leegte, de ander wordt erdoor achtervolgd.

De derde akte is het meest gewaagde en meest ongelijke deel van de film. Parsons gooit het roer om op een manier die doet denken aan de buitenaardse absurdisme van Osgood Perkins tot zelfs David Lynch. Er is een scène rond een tafel diep in de Backrooms die recht uit Eraserhead (1977) lijkt te komen maar dan in kleur. De entiteiten die de ruimte bewonen zijn vervormd naar het beeld van Clarks psyche, als A.I.-gegenereerde kopieën van mensen die hij ooit kende: een idee dat op papier slim is maar in realiteit soms vervormd. De volgende zin wordt in de film tot twee keer toe herhaald: “Het is als het ware iemand uitleggen wat een hond is zonder dat deze persoon een hond kent.” Het zit hem in de details en deze zullen niet allemaal juist zijn, dus krijg je iets van een vertekend beeld. Net als met AI zien we dat een afbeelding na verschillende generaties of bewerkingen meer en meer gaan veranderen. Een dergelijke scène zit letterlijk in de film waarbij de camera als een lift van de ene verdieping naar de andere valt, telkens met een klein verschil. Het hoofdpersonage ziet ook zijn leven aan hem voorbij gaan en zoekt zijn toevlucht in de ‘Backrooms’, tot het hem zal absorberen. Dit is één van de grote kritieken op AI, in die zin dat we steeds meer afhankelijk zullen worden en ons kritisch denkvermogen aan de kant zullen schuiven. Zijn gedachten en herinneringen worden simulaties. En deze creaties hebben fouten, 6 vingers aan één hand of een oog teveel, of een perspectief dat niet klopt, of woorden in spiegelschrift, het zit allemaal in de film alsook in AI. En ja, net zoals AI een energievreter is zien we ook dat de 'Backrooms' een invloed hebben op de elektriciteit in zijn winkel. De lichten vallen er zelfs letterlijk uit.
In de film is nog een rol weggelegd voor Mark Duplass als mysterieuze wetenschapper. Maar zijn rol is merkwaardig onderbenut. Het is ingenieuze casting die uiteindelijk weinig meer doet dan franchise-potentieel signaleren. Wat Backrooms onderscheidt van zijn generatiegenoten is de thematische gelaagdheid die niet wordt opgedrongen. De 'Backrooms' kunnen ook een metafoor zijn voor het terugkeren naar het vervormde geheugen, naar trauma dat je niet kunt verwerken omdat het nooit echt een vorm heeft aangenomen. Maar Parsons weet ook wanneer hij die metafoor moet loslaten en gewoon de ruimte zijn werk laat doen. Zoals David Lynch ooit zei: “When you talk about things, a big thing becomes small.” De film is op zijn sterkst wanneer er bijna niets gebeurt: Clark die eindeloos door identieke gangen loopt, de camera die hem volgt met een bijna meditatieve kalmte en de kijker die langzaam beseft dat hij zelf ook een beetje verdwaald is geraakt. Dat is het soort horror dat blijft plakken; niet in de zaal, maar twee uur later, als je door een verlaten winkelcentrum loopt en de zoem van de roltrappen te vertrouwd klinkt.
Backrooms is geen perfecte film. De karakteropbouw heeft gaten, de dialoog overdrijft soms waar zwijgen krachtiger zou zijn en de derde akte vraagt een tolerantie voor het absurde die niet voor iedereen is. Maar het is een buitengewoon zelfverzekerd debuut van iemand die begrijpt waarvoor het medium dient: niet om te verklaren, maar om iets te laten voelen dat je niet kunt beschrijven. Dat een twintigjarige die zijn carrière begon met een gratis 3D-softwarepakket nu A24’s succesvolste opening ooit aflevert, is op zich al een soort onmogelijke architectuur. De echte vraag is of Parsons ooit de uitgang vindt en zelf weet te noclippen uit zijn eigen mythe – of dat de Backrooms hem voor altijd opeisen.
Met Chiwetel Ejiofor, Renate Reinsve, Mark Duplass, Finn Bennett en Lukita Maxwell. Verenigde Staten, 1u50m.