RECENSIE: Mother's Baby
Het krijgen van een kind wordt door vele ouders aangehaald als de mooiste dag uit het leven. We gaan er als samenleving van uit dat het voor het eerst in de armen houden van je boreling leidt tot instant geluk. Maar wat als die verwachting een plicht wordt, en een moeder ontdekt dat de euforie uitblijft?
Cineaste Johanna Moder (High Performance, Waren einmal Revoluzzer) ervaarde de geboorte van haar kind als een katapult naar een andere wereld: haar identiteit, relaties, werk en lichaam kwamen onder druk te staan. De werkelijkheid van het kakelverse moederschap bleek complexer dan gehoopt; het romantische beeld van het moederschap een halve illusie. Voor een filmmaker vormt dergelijke ervaring een dankbaar vertrekpunt voor fictie: het unheimische Mother’s Baby is het resultaat.
Julia (Marie Leuenberger) en haar man Georg (Hans Löw) hebben een kinderwens, die eindelijk in vervulling gaat na een vruchtbaarheidsbehandeling in een privékliniek door Dr. Vilfort (Claes Bang). De bevalling loopt evenwel niet zonder slag of stoot. Nog voor Julia haar zoontje te zien krijgt, wordt het weggebracht met ademhalingsproblemen. Wanneer het koppel niet veel later eindelijk hun kindje in de armen mag houden, wordt Julia overvallen door argwaan: ze merkt een vreemde blik in de ogen van de verpleegsters, en krijgt een kleine paniekaanval. Eens thuis houdt de achterdocht niet op. Julia vindt haar kind opvallend stil. Tijdens haar zwangerschap kreeg ze te horen dat de foetus groot was, maar deze baby is opvallend klein. Ze knijpt zelfs in het zachte babyvelletje om te zien of haar kind pijn voelt. Het mag duidelijk zijn: ze zit niet op een roze wolk.
Voor een kijker schuilt de deugd van dit verhaal uiteraard in het langzaamaan zien ontsporen van die achterdocht. Aanvankelijk meen je nog dat wat Julia meemaakt heus ook andere moeders kan overkomen, maar de gebeurtenissen escaleren al snel naar grotere bekommernissen, wredere momenten en steeds moeilijkere conflicten. Mother's Baby is een snelkookpan die rustig de druk opvoert tot het kookpunt bereikt is. Dat Julia botweg aan de dokter durft vragen of haar kind per toeval omgeruild kon zijn bij de geboorte, vormt een eerste aanleiding tot gefrons. De tweespalt tussen haar en Georg neemt toe, zeker wanneer de baby tijdens een ruzie van de verzorgingstafel tuimelt. Julia’s paniek neemt vanaf dan niet meer af. Haar omgeving vermoedt dat er sprake is van een postnatale depressie. “Jij wou een kind,” zegt een radeloze Georg. Een laconiek “Maar niet dit” is Julia’s repliek.
De ontsporing zet zich verder wanneer Julia Dr. Vilfort begint te wantrouwen: Wat gaat er werkelijk aan toe in die privékliniek? Waarom is haar dossier verdwenen? Waarom kijken de verplegers haar zo vreemd aan? Moder spekt het verhaal verder aan met de nodige verontrustende elementen: De bevalling zelf is rauw en ongemakkelijk, met het overgeven en urineren op de tafel. Er is het wegspuiten van moedermelk in de wasbak, het bloed in het toilet. En zo is er nog wel meer onbehagen. Stuk voor stuk onheilspellende story beats die Moders uitgangspunt in een soepel verteld verhaal gieten. Heeft Julia gelijk om de situatie niet te vertrouwen, of verliest ze langzaam haar grip op de werkelijkheid?
Dat de film de kijker uiteindelijk enigszins ontevreden achterlaat, kent verschillende oorzaken. De gestage opbouw naar een kookpunt zorgt ervoor dat de verwachtingen voor een bevredigende ontknoping torenhoog worden, een belofte die de film voor velen niet zal inlossen. Het is een boeiend spel om te volgen, maar Moder lijkt uiteindelijk wat slenterend over de eindmeet te komen. Daarnaast zijn er ook enkele problemen onderweg. Zo wordt het potentieel van het personage Vilfort onvoldoende benut. Het metaforische spelletje met de axolotl, de Mexicaanse salamander waarvoor Vilfort een merkwaardige fascinatie koestert, voelt bij de haren getrokken aan. En tot slot valt ook moeilijk te negeren dat de schaduw van Roman Polanski's Rosemary's Baby — de grote referentie voor paranoiathrillers rond zwangerschap — dominant over deze prent hangt.
Moder had gerust wat meer risico mogen nemen en sterker mogen leunen op het horrorgenre, of er net bewust van wegsturen op zoek naar een originelere invalshoek. Het resultaat is vlot verteld, mooi in beeld gebracht en degelijk vertolkt, maar enthousiast rechtveren doet een mens er niet van.
Met Marie Leuenberger, Hans Löw, Claes Bang, Julia Franz Richter, Nina Fog. Oostenrijk/Duitsland/Zwitserland, 1u48.