RECENSIE: Solomamma
Een alleenstaande moeder zoekt haar anonieme zaaddonor op. Haar obsessiviteit loopt uit de hand en ze komt angstaanjagend dicht bij de man die de biologische vader is van haar 4-jarig zoontje. Solomamma vertelt ons niet alleen iets over ouderschap, maar ook over hoe verleidelijk het kan zijn om te bezwijken onder ongezonde obsessies.
Dezelfde audio-opname, steeds opnieuw. Dat is alles wat Edith (Lisa Loven Kongsli) heeft van haar zaaddonor. Het gesprek dat hij destijds had met een therapeut over zijn persoonlijkheid, zijn leven en zijn gebreken. Hij geeft net te weinig info, wat Edith haar gedachten op hol doen slaan. Wie is de vader van haar kind? Ergens komt deze vraag vanuit een verlangen haar 4-jarig zoontje beter te begrijpen. Hij vertoont sinds kort obsessieve persoonlijkheidskenmerken, die volgens Edith misschien te verklaren zouden zijn als ze erachter komt wie de vader is. Want wat als het iets genetisch is? Ironisch genoeg komt ze hierdoor zelf in een soort obsessieve tunnel, waarbij je als kijker eigenlijk van de meet af aan al weet dat ze tot het verste einde zal gaan, tot het fout loopt.
Edith is veertig en journalist. Haar millennial-vriendengroep lijkt zich nog steeds vragen te stellen bij haar besluit om voor een donor te kiezen. Askevold geeft niet te veel weg, maar suggereert dat Edith dit soort gesprekken al jarenlang voert, iets wat Kongsli’s acteerwerk mee onderstreept. Ze zucht, haar ogen rollen. Haar vrienden stellen zich vragen bij de ethiek ervan, wat als de donor over zichzelf loog om zichzelf te verkopen? Het klinkt flauwekul, maar het zijn deze gesprekken die Edith onzeker maken en haar alsmaar doen terugkeren naar dezelfde audio-opname. Ze wordt er gek van.
Wanneer ze achter de ware identiteit van de donor komt en ontdekt dat hij de succesvolle gamedesigner Niels Krohn (Herbert Nordrum) is, laat Edith het daar niet bij. Ze spoort hem op, en vanaf dan is de Solomamma niet langer een traag drama, maar bijna een thriller, waarbij je als kijker simpelweg zit te wachten tot het allemaal fout gaat. Askevold combineert op die manier een onderbelicht thema met een veelgebruikt film-recept, een combinatie die verrassend goed werkt.
De film neemt ons op een goed tempo mee op Edith’s onderzoek. Zonder vast te blijven hangen in onnodige details, weet Askevold de spanning erin te houden en de plot zich stabiel verder te laten ontwikkelen, scène per scène. Visueel doet Solomamma niets bijzonder interessant, maar af en toe durft cameraman Torjus Thesen eens onrustig in te zoomen op Ediths gezicht. Dit doet hij vooral op momenten waar ze duidelijk in stress is, maar dit niet wilt laten merken. Wanneer ze nog maar eens tegen Niels liegt, bijvoorbeeld, of wanneer ze donders goed beseft wat ze nu eigenlijk aan het doen is, maar het niet kan laten om door te gaan. Zo blijft Solomamma de vorm toch gebruiken om de inhoud te versterken, ondanks de verder visuele eentonigheid. Het verhaal, dat minder gaat over een alleenstaande moeder dan de titel suggereert, en meer over een vrouw die niet kan weerstaan aan de toxische verleiding om steeds verder te gaan, geeft stof tot nadenken over ongezonde obsessie — en dat op een strakke 99 minuten.

Met Lisa Loven Kongsli, Herbert Nordrum, Rolf Kristian Larsen. Noorwegen, 1u39.