Vakantieplannen voor september 2027?
Het filmfestivalseizoen in ons land is in volle zwier. Vorige week opende het BRIFF voor het eerst haar deuren in september in plaats van in juni, volgende week vindt het Festival International du Film Francophone de Namur plaats in het zuiden van ons land en in minder dan een maand komen we hopelijk met velen samen in Gent om er van een sterke selectie nieuwe films te genieten.
Sommigen van ons maken ook al eens graag een tripje naar het buitenland om nieuwe films te ontdekken en de festivalsfeer op te snuiven. Cannes, Venetië en Berlijn zijn dan populaire bestemmingen, Karlovy-Vary in de zomer of Rotterdam om de winter in de cinema te overbruggen. Zelf was ik de voorbije weken te gast op twee festivals in Hongarije. Het eerste in Miskolc, wat een relatief kleine stad is in het noorden van het land. Het festival is eveneens niet groot, maar toch het grootste van het land. Csákvári Géza, de artistiek directeur van het Miskolc Cinefest, brengt er een selectie van films die eerder in o.a. Cannes en Berlijn vertoond zijn, maar dan zonder wachtrijen, onbetaalbare accommodatie en
paparazzi.

In plaats daarvan kom je terecht in een gemoedelijke setting, waar alle grote films in dezelfde zaal spelen, een zaal genoemd naar Emeric Pressburger die in 1902 in Miskolc geboren is. Op kuierafstand van het festivalcentrum ligt een gezellig cultuurhuis met een groot terras waar ook openluchtvertoningen plaatsvinden. Dit jaar kon je er bijvoorbeeld genieten van Fiume o morte (2026) van Igor Bezinović maar net zo goed van The smashing machine (2025) van Benny Safdie. Het festival duurt 9 dagen en heeft meer dan 60 films op het programma. Ik maakte zelf deel uit van de fipresci-jury, maar er waren maar liefst zes jury’s hard aan het werk om elk vanuit een ander oogpunt een winnaar te kiezen. De hoofdprijs werd in de wacht gesleept door Too many beasts, het langspeeldebuut van Sarah Arnold dat volgende maand bij ons in de zalen verschijnt.
Behalve zoveel cinema, heeft de stad ook genoeg geschiedenis en natuur om er enkele dagen vakantie aan te breien. Net genoeg om vervolgens de trein te nemen naar Budapest om daar een tweede filmfestival te bezoeken: de Budapest Classics Film Marathon. Niet om meer van het hetzelfde, meer nieuwigheden te zien, maar juist om er van bekende en minder bekende oude films te genieten. Oud is breed interpreteerbaar, een van de grote gasten dit jaar was Mathieu Kassovitz, wiens roots in Hongarije liggen. Op het grote scherm het door hem geregisseerde La Haine (1990) en de film waarmee hij als acteur hoge ogen gooide, Le Fabuleux Destin d'Amélie Poulain (2001) van Jean-Pierre Jeunet.
Ik genoot op het festival zelf van het werk van Mohsen Makhmalbaf, Harun Farocki en Gábor Bódy, maar er was zowaar voor ieder wat wils: Marilyn Monroe, Andrzej Wajda, Elaine May, Ridley Scott, Jesus Franco, enzovoort. Een grotere stad, dus ook meer locaties. Eentje ten westen van de rivier, in Buda, de anderen allemaal in oostenlijk Pest. Wat een plezier om te ontdekken dat er zoveel knappe en goed onderhouden cinemazalen te vinden zijn in die drukke stad. Met voorsprong de mooiste is het Nationaal Filmhuis Uránia. Op het dak van het gebouw draaide de fotograaf Béla Zitkovszky in 1901 de eerste Hongaarse film (die Dance heette maar helaas verloren is gegaan).

Wie al over een volgende zomervakantie droomt, kan misschien de opties eens bekijken om volgend jaar naar Hongarije te reizen. Spijt zal je niet hebben, keuzestress in de cinema wel.