Zomerfilmcollege 2026: 30 graden, 20 films
Zij die zich dezer dagen daarbuiten door de hitte bewegen, proberen de waanzin te vermijden. Wij die ons in de heerlijk gekoelde zaal van De Cinema neerzetten, hoopten juist het verstand een beetje te verliezen in het goedgevulde programma van het Zomerfilmcollege.
Vorige week vond het Zomerfilmcollege plaats, een soort leerrijk filmfestival dat intussen meer dan vijftig jaar bestaat. In de eerste jaren kwamen filmwetenschappers en -liefhebbers in Limburg samen waar ze een bed, een warme maaltijd en een flinke, ingebonden cursus filmanalyse kregen. Later verhuisde de zomerschool naar Brugge, sinds 2011 komen jaarlijks een honderdtal mensen samen in Antwerpen. De cursus is verdwenen, de deelnemers krijgen in de plaats een programmaboekje voorzien van essays door de sprekers en eventueel andere, thematische teksten.
Ook dit jaar maakte de zomerschool een subtiele verandering door. Parallel liep er een academische versie van de Universiteit Antwerpen waarvoor studenten zich van over de hele wereld konden inschrijven. De master- en doctoraatsstudenten volgden een deel van het lezingenprogramma maar hadden ook eigen leeslijsten, seminaries en schrijfopdrachten. Gertjan Willems, professor Filmstudies en Visuele Cultuur, leidde de summer school en zette zo zijn schouders mee onder het erfgoed dat het Zomerfilmcollege intussen is.
Vervoering
Ja, we verloren ons verstand een beetje. We voelden zoveel. Dag één van het Zomerfilmcollege bracht Aventurera (1950) naar het grote scherm. Een jonge, Mexicaanse vrouw, gekweld door het lot en een handvol mannen, danste zich de gesels van het lijf op podia die onmogelijk kunnen bestaan. Enkele dagen later ving Agnes Varda vrachtwagens in haar vuist terwijl ze hen voorbijrijdt. Op het einde van de week veranderde een kamermeisje in een mus. Het zijn slechts drie van de twintig films die op het programma stonden, elke andere film bracht evengoed zekerheden aan het wankelen. We begrepen tegelijk steeds meer en steeds minder van cinema (of het leven).
Onmisbaar zijn daarom de gastsprekers die de toeschouwers op weg helpen in hun reflectie over de films. Zij contextualiseren, verdiepen, bouwen een theoretisch of kritisch kader op waarmee wij naar de werken kunnen kijken. Elke dag begon met een vertoning om 9u30, waarna vrienden, collega’s, mede-filmliefhebbers korte nagesprekken voerden boven hete koppen koffie — de thermossen worden onophoudelijk bijgevuld door filmminnende vrijwilligers. Vervolgens schuifelden we slurpend de zaal terug in voor een anderhalf uur durende lezing. Ieder zocht daarna hun weg in de lunchpauze, en in de namiddag herhaalde zich dezelfde structuur. In de avond geen lezing meer, wel een korte inleiding bij de derde en laatste film van de dag.
Het programma bestaat al enige tijd steeds uit twee lijnen. Vorig jaar wijdde de zomerschool een halve week aan de Indiase grootmeester Satyajit Ray en een halve week aan rites of passage, waarin met een vergrootglas naar tienerfilms werd gekeken. Dit jaar geen individuele filmografieën, maar twee thematische reuzen: poëtische cinema en melodrama. Het melodrama ging breder dan Hollywood, waar het in de jaren ’40 en ’50 welig tierde, maar kwam aan bod als globaal fenomeen met films uit onder meer India, Zuid-Korea en Egypte. De twee programmalijnen kruisten (en bestoven) elkaar elke dag, en de poëzie van het melodrama werd steeds klaarder.
Het eerder vernoemde melodrama Aventurera van Alberto Gout opende de lesweek, een Mexicaanse klassieker uit 1950 die in onze contreien vermoedelijk amper of nooit vertoond werd. Dat geldt voor veel films uit het programma, zij het poëtisch of melodramatisch. Wie op zoek is naar onbekende parels is hier elk jaar opnieuw aan het juiste adres, want haast onmogelijk te vinden films komen uit verre cinematheken (Mumbai, Bejing,…) naar Antwerpen voor unieke vertoningen. Zijn er geen Engelse ondertitels beschikbaar, dan worden ze voor de gelegenheid gemaakt.


Verdieping
Je hoort al wat voor onderneming het is, zo’n zomerschool in elkaar steken. Wie zichzelf al een decennium lang om de programmatie en de organisatie bekommert, is Bart Versteirt, coördinator van Cinea, de Vlaamse Dienst voor Filmcultuur. Hij doet dat uiteraard niet alleen, maar kan rekenen op een handvol vrijwilligers, op de werking van De Cinema, op de gastsprekers en een vast publiek.
Hoogleraar en filmwetenschapper Ben Singer was de hoofdspreker in het melodramatisch programma. Hij schreef rond de eeuwwisseling een standaardwerk over filmisch melodrama en diens rol in de moderniteit. In vier lezingen bracht hij het publiek zijn kennis over. In de sessie over Egyptisch melodrama ging het woord naar Viola Shafik, een filmmaker en -wetenschapper die zich op Noord-Afrikaanse en Arabische cinema focust.
Voor het poëtische programma stond filmcriticus Adrian Martin achter het spreekgestoelte, aan het einde van de week afgelost door Catherine Wheatley, professor in film aan het King’s College in Londen. Waar het melodrama uit alle hoeken van de wereld arriveerde, kwam de poëzie overwegend uit nabije landen. De films van Claire Denis, Lynne Ramsay en Raúl Ruiz voerden ons echter mee naar verre, ingebeelde oorden vol mogelijkheden, of naar werkelijke ruimtes die volledig onleesbaar bleken. De bekendste titel dit jaar, opgenomen in het poëzieprogramma, was ongetwijfeld The Thin Red Line (1998) van Terrence Malick. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat elke zetel in de zaal voor tenminste 170 minuten bezet was. Cinema-coördinator Joyce Palmers toverde zelfs extra zetels tevoorschijn zodat ze niemand hoefde teleur te stellen aan de kassa. We keken naar een prachtige 35mm-kopie uit onze eigenste Brusselse Cinematek.
Aan het einde van de week verwelkomden we tenslotte Pascale Ferran, een Franse cineaste die poëzie noch drama schuwt. Ze stelde twee van haar films voor en gaf tijdens een afsluitende Q&A een kijkje in het maakproces van haar laatste film Bird People (2014). Ze liet ons achter met een honger naar meer geschiedenis in film. Hoe worden de dingen gemaakt, wie heeft wie geïnspireerd, wat zijn de golven en verschuivingen in stijl en thema,… Zo is het weer uitkijken naar volgend jaar, na enige droefenis over het einde van deze editie. Of om enigszins dramatisch de organisatoren toe te spreken: O Captain, my captain, our filmful trip is done…
