RECENSIE: CLAYFACE

Deel
RECENSIE: CLAYFACE

Clayface is een R-rated splatter in Gotham


Een film over een man die zijn gezicht verliest, mag op z'n minst een eigen smoelwerk hebben. Met Clayface brengt DC de gore terug. Het ding is bloederig, rommelig en af en toe ronduit briljant.

Dat stripverfilmingen ook horrorfilms kunnen zijn, waren we vergeten sinds Blade (1998) en The Crow (1994), of we wilden het vergeten na rampen als Morbius (2022). De makers van Clayface, onder supervisie van James Gunn, leverden een monsterfilm af die zich vol overgave op body horror richt, en dit was de juiste keuze op het juiste moment. Naakt en gore krijgen vrij spel. Voor een studio die doorgaans capes en flauwe grappen verkoopt, verdient dat een klein applausje. Maar applaus is nog geen vijf sterren.

Matt Hagen (Tom Rhys Harries) is een straatjoch uit Gotham dat opklimt tot steracteur, tot hij het bed deelt met de vrouw van een maffiabaas. De maffiabaas Markos Szabo (David Dencik) laat zijn gezicht vervolgens in repen snijden. De jonge wetenschapper Caitlyn Corr (Naomi Ackie) komt als enige en laatste redding en biedt hem een experimentele oplossing met AI-nanotechnologie aan. Het werkt een tikkeltje te goed, en zijn lichaam begint dingen te doen die lichamen niet horen te doen.

De body horror is het beste wat we in jaren hebben gezien. Regisseur James Watkins is duidelijk opgegroeid met David Cronenberg, en Gunn pitchte de film ooit als een stripboekversie van The Substance (2024). Eén scène springt eruit: tijdens zware turbulentie in een vliegtuig moet Matt, die vaak de controle verliest over zijn gelaat, in het toilet zijn eigen ogenleden losknippen met een schaartje. Je houdt je adem in en bedekt tegelijk je gezicht. Minder spectaculair maar even pakkend is de body-morphscène waarin Caitlyn haar patiënt observeert terwijl hij in zijn slaap droomt over haar en over zijn vijanden, en zijn lichaam meebeweegt met die dromen. Klinkt dat als een fijne avond? Dan zal je deze film smaken.

Met een budget van ongeveer 30 miljoen kunnen de effecten de ambitie niet altijd waarmaken, en leunen sommige transformaties te zwaar op digitale gladstrijking. De rubberachtige, licht walgelijke protheses zijn dan weer de troeven van deze origin story. In ieder geval is dit “beperkt” budget ook het juiste budget voor dit soort films, en zal het zonder twijfel een relatief succes boeken.

Het script laat veel zaken onbeantwoord ondanks de vrij lange speelduur. Mike Flanagan schreef het en haakte af als regisseur om zich op de “Carrie” (2026) serie te storten, wat misschien ook iets zegt. Ook de relatie tussen Caitlyn en Matt komt nooit echt van de grond, om nog maar te zwijgen over de relatie van Caitlyn met haar verloofde John Borrelli (Max Minghella). Je gelooft geen seconde dat die twee ooit een keuken deelden, laat staan een bed.

De film kan ook niet kiezen of Matt een antiheld of een regelrechte schurk is. Soms is hij een onrechtvaardig behandelde man op wraak, dan weer iemand die geniet van het gekraak van botten. Wanneer het script echter de nanodeeltjes verantwoordelijk maakt voor de karakterlogica, hebben de schrijvers het opgegeven. En niet alles in de film werkt. De knipoog (of rip-off) naar The Godfather Part II (1974), waarin Matt zijn vriend Corey (Joshua James) tegen de borst drukt met de woorden “You broke my heart”, voelt verkeerd aan.

De hoofdschurk zou niet misstaan in een John Wick-film, zijn handlangers horen dan weer thuis in een stripverhaal. Die tonale mismatch zie je ook in de finale. De fotografie is goed, vaak beter dan het verhaal verdient, maar de nachtclubscène sleept zich voort in fel licht en Watkins is geen Brian De Palma: de choreografie hapert voortdurend. De spontane syncho-dance op de dansvloer te midden van de actie die alles tot stilstand brengt, is tevens onbegrijpelijk.

Harries draagt de film. Hij verkoopt de ijdelheid van een man die van zijn gezicht leeft, en de horror zodra dat verdwijnt, ook als de dialoog hem bijna niets geeft. Een film van 108 minuten die tegelijk te kort en te lang aanvoelt, daar heb je een zekere gave voor nodig. Het is wel de eerste R-rated horrorprent in het DC-universum en we zijn hier blij om. En ja, we zien een toekomst voor Harries als Clayface in Matt Reeves’ Batman-saga.

Met Tom Rhys Harries, Ruby Sear, Naomi Ackie, Eddie Marsan en Max Minghella. Verenigd Koninkrijk / Verenigde Staten. 1u48.