RECENSIE: OMAHA
Een roadtrip, een gezinsdrama, een zoetzure reclamevideo. Een mooi gefilmd debuut dat een sterke kortfilm had geweest, maar als langspeler net wat teveel tijd om handen heeft.
Tachtig minuten lang op reis met drie eenvoudige personages. Een vader (John Magaro) die ergens onder lijdt. Een groot meisje dat doet denken aan The Quiet Girl (Colm Bairéad, 2022), stil maar op haar hoede met grote, open ogen. Een kleine broer op de achterbank die onbevreesd speelgoed steelt uit tankstations. De vader licht de kinderen uit bed om een tripje te maken, eentje waarvan niemand weet waarom het juist nu plaatsvindt en waarom het allemaal zo geheimzinnig moet.
Hoewel de drie personages niet veel verder worden uitgediept en ze van de meet af aan erg leesbaar zijn, is het trio een geloofwaardig moederloos gezin. Papa is er soms maar net op tijd bij om zijn kinderen voor ongelukken te behoeden, de muziek in de auto mag luid, de oudste dochter probeert tussen de wenkbrauwen van haar vader diens zorgen te lezen. Wat loopt er mis? De kijker vraagt het zich meer dan een uur af. Webley presenteert met Omaha zijn langspeeldebuut en zoals dat wel vaker het geval is, is de sprong van een kort- naar een langspeler geen eenvoudig kunstje. Het verschil tussen tijd vullen en iets te vertellen hebben, is snel duidelijk.

Tussen het vertrekken met de auto thuis en het aankomen ver weg van huis, rijgt Webley beelden aan elkaar van een gezin dat verstoord is, maar toch geluk en plezier vindt in kleine dingen. Ijsjes, motelzwembaden, een dierentuin, samen springen op een vreemd bed. De camera bewaakt heel mooi een eenvoudig kader, grijpt slechts af en toe naar Terrence Malick’s grootse blik op het kleine leven met kleurige flares op de lens. Het werkt, het kan, als Webley op de beelden zou durven vertrouwen. In plaats daarvan wordt de hele film in een soundtrack gedrenkt. Geen enkele echte stilte, nooit eens echte verveling. Een lange autoreis is ook altijd minstens een beetje vervelend. Met de nooit ophoudende muziek gelijken de beelden al snel op reclamebeelden voor banken en verzekeringsmaatschappijen. Dat Webley eerder al video’s maakte voor Renault en Janssens en Janssens pharmaceutica komt dan niet geheel onverwacht. Als blijkt dat zijn cinematograaf Paul Meyers ook vooral automerken als opdrachtgever heeft, maakt het punt zichzelf.
Vroeg in de film is het nog heerlijk het trio in hun autozetels te zien dansen op “Mony Mony” van Tommy James and the Shondells, het nummer stuwt de wagen en de film vooruit. Alle pianostukken met vette reverb die erop volgen hebben een omgekeerd effect. Misschien vond Webley het nodig omdat het verhaal, op het slotkwartier na, weinig om het lijf heeft. Van armoede en kwetsbaarheid is het maar moeilijk een grootse, spannende film te maken. Hoewel hij ook dat lijkt te proberen door elke gooi van een autodeur dik en dichtbij te laten klinken, alsof er een stel bandieten uitstapt. Vogels zijn nergens te horen.
In het slotkwartier volgt de mokerslag die alle stukjes eerder getoond geluk vermorzelen. De boodschap komt aan. Niemand die er niet door van slag raakt. Enerzijds gemanipuleerd door de stijl, anderzijds ontroerd door wat er op het spel staat. Ga maar kijken naar wat er misloopt.
Met John Magaro, Molly Belle Wright, Wyatt Solis. Verenigde Staten, 1u24.