RECENSIE: WHALEFALL
In een kurkdroge bioscoopstoel naar lucht happen doe je bij Whalefall. Een beklemmend en onverwacht teder overlevingsdrama dat voortbouwt op een absurde premisse, maar het bloedserieus speelt.
Jay (Austin Abrams) duikt in de Monterey-canyon in Californië om de resten te zoeken van zijn vervreemde vader Mitt (Josh Brolin), die een jaar eerder door zelfdoding overleed. Hij hoopt af te rekenen met zijn schuldgevoelens, maar wordt gegrepen door een gigantische inktvis, waarna een potvis hen allebei inslikt. Jay ontwaakt in de maag van het beest, met nog precies 40 minuten zuurstof. Terwijl hij naar een uitweg zoekt, komen herinneringen boven aan een vader die hem alles over de zee leerde, maar bijna niets over genegenheid.
Regisseur Brian Duffield knipoogt niet naar de absurditeit van dit verhaal. Hij slikt het in zijn geheel door en daagt je uit hem te volgen. Zijn nog vrij jonge handelsmerk is een eenzaam personage in een onmogelijke situatie, met weinig dialoog en nauwelijks bijrollen, denk maar aan zijn alienfilm No One Will Save You (2023). Hier is dat een jonge man, een potvis en de geest van zijn vader. Het is zo’n typische overlevingsgenre-film in een kleine ruimte zoals Buried (2010) of The Shallows (2016), ook al sleept het ons naar een plek waar niemand ooit is geweest.
De survivalhaak trekt je over de drempel, maar de echte strijd woedt in een beschadigde vader-zoonrelatie. Elk obstakel is een voorwendsel voor een nieuwe herinnering aan Mitt: de lessen, de stiltes, de ongemakkelijke momenten, de liefde die altijd net langs de verkeerde kant naar buiten kwam. In het boek van Daniel Kraus waarop de film is gebaseerd waren er zelfs 60 tot 70 flashbacks, maar Duffield heeft deze wijselijk ingekort. Dat hij het script schreef terwijl hij voor zijn pasgeboren zoon zorgde, voel je. De film begrijpt hoe eng het is om bang te zijn dat je wordt wie je vader was.
Acteur Austin Abrams draagt de film. Hij speelt Jay niet als held of zeurpiet, maar als een jongeman die simpelweg op is. Hij deed bijna al zijn eigen stunts, haalde op korte tijd zijn gevorderde duikbrevet en dook zelfs met wilde potvissen. Zijn paniek voelt echt en zijn verschuiving van terreur naar uitgeputte acceptatie is nergens geforceerd. Brolin is het perfecte tegengewicht: ruw, met net genoeg warmte om te begrijpen waarom Jay hem niet volledig kan haten.
Minder sterk zijn de rest van de cast en het scenario. Elisabeth Shue en Jays zussen blijven familiebehang, en het scenario legt te veel uit. Personages zeggen hardop wat hun gezichten al vertelden en flashbacks hameren op wat al duidelijk was. Gelukkig houdt een strak tempo de motor draaiende.
Is het geloofwaardig? Nee. Wetenschappelijk overleeft het geen eerstejaarscollege mariene biologie: de maag wordt verlicht door glow-in-the-dark kwallen, alles blijft opvallend stabiel, Jay lijkt op zijn oren na goed bestendig tegen drukverschillen, en Jay sleept een volle zuurstoftank rond in een ruimte waar dat onmogelijk is. Toch is de film visueel een klein meesterwerkje met nadruk op het ambachtelijke uit de Weta Workshop, met fysieke magen die via katrollen ademden, een roterend vat, hydraulische liften, infrarode 3D-cameras en slijm, veel slijm. We proeven de textuur en het gewicht. Enkel de geur (lees: de ongelofelijke stank) ontbreekt aan Jay’s mimiek. De eerste ontmoeting met de walvis in pikdonker water is één van de meest intense scènes van het jaar: de camera toont bijna niets, en je vult het zwart zelf in met iets immens.
De walvis klinkt bij momenten oorverdovend: het gekreun en geklik voel je in je borstkas. Op een laptop hoor je misschien wat ruis, maar in de bioscoop ervaar je een levend wezen. En dan is er nog de score van Joseph Trapanese die de emotie draagt en niet laat verdrinken. Dus ja, een bioscoopticket is aangewezen. Whalefall is geen perfecte film, wel een overlevingsdrama dat weet waar het pijn doet. De titel verwijst naar een dode walvis die naar de zeebodem zinkt en decennialang een heel ecosysteem voedt: leven dat bloeit uit een lijk. Een treffender beeld voor een zoon die eindelijk iets waardevols vindt in de nalatenschap van zijn vader, bestaat er nauwelijks.
Met Austin Abrams, Elisabeth Shue, Josh Brolin, Jane Levy, Emily Rudd. Verenigde Staten. 1u46.