CANNES: Steven Soderbergh ontdekt AI met 'John Lennon: the Last Interview'
Van Steven Soderbergh mag je zowat alles verwachten. Het ene moment kondigt hij het einde van zijn carrière aan, het volgende transformeert hij in de meest productieve cineast van het westelijk halfrond. Hij monteert zijn films terwijl hij ze draait en als hij ergens een uitdaging ziet, grijpt hij ze met beide handen.
Met John Lennon: The Last Interview, die deel uitmaakt van de sectie Special Screenings in Cannes, heeft hij een documentaire aan zijn rijke filmografie toegevoegd. Uniek is dat op zich niet, voor alle duidelijkheid. Meer nog, in 1985 was zijn allereerste productie een muziekdocumentaire, de concertfilm 9012Live over de Britse progrockband Yes. Sindsdien keerde hij maar één keer naar de nonfictie terug, in 2010 met And Everything Is Going Fine, over de theateracteur Spalding Gray.
Na zestien jaar vond Soderbergh het blijkbaar tijd er om nog eentje te maken. Zoals de titel laat vermoeden, gaat het over het allerlaatste interview dat John Lennon ooit gaf. Op 8 december 1980 nodigde hij vier journalisten van radiozender KFRC uit San Francisco uit in het appartement dat hij samen met zijn vrouw Yoko Ono deelde in het Dakota Building in New York, met zicht op Central Park. De aanleiding van de release van het album Double Fantasy, dat hij samen met Ono had gemaakt en waarmee hij na vijf jaar weer uit de schaduw trad.
Het openhartige interview raakte Lennon's hele carrière en al zijn stokpaardjes aan (vaderschap, huwelijk, liefde, politiek, het leven). Yoko praatte graag mee — voor zoverre ze het woord kon nemen, want John was in vorm. De voornaamste reden waarom het hoopvolle gesprek memorabel werd, is omdat een geflipte fan Lennon enkele uren later voor de deur van het gebouw doodschoot.
Soderbergh weeft een elegante documentaire rond het radio-interview, met getuigenissen van de vier journalisten erbij. Maar één van de meest opvallende toetsen die de regisseur eraan toevoegt, is duidelijk het gebruik van AI. Niet om foto’s te bewerken of Lennon op één of andere manier weer tot leven te wekken, maar wel om surreële beelden aan het geheel toe te voegen. Zwarte rozen die openbloeien tot rode bloemen bijvoorbeeld. Of als meest hallucinante voorbeeld: huilende hippiebaby’s die in de verf zetten dat het geen zin heeft om tranen te laten voor de teloorgang van de 'flower power' uit de jaren 1960.