FLASHBACK: ÉRIC ROHMER
Zestien kleine verhalen van Éric Rohmer
Een film van Éric Rohmer is als een kersenrode lolly die op je witte wollen trui blijft kleven, een zijden sjaal ondersteboven als bladwijzer in een boek, een paar handen die een zucht slaken. Op Film Fest Gent.
Naar jaarlijkse gewoonte wijdt het internationale filmfestival van Gent een programma aan een grootmeester, een periode, een genre of een leuze die de filmgeschiedenis getekend heeft. Vorig jaar was dat Nicolas Roeg, dit jaar speelt alles zich af dichter bij huis maar een tikje verder terug in de tijd met maar liefst 16 films van Éric Rohmer. Normaal gesproken geniet je in verschillende zalen (maar vooral in Studio Skoop) van het Classics-programma. Dit jaar daarentegen zal alles van Rohmer te volgen zijn in Auditorium 61, pal in het centrum van Gent. Behalve de films mogen fans zich ook aan een gesprek verwachten met May Stephens, die 25 jaar lang de films van Rohmer monteerde. In de stoel tegenover Stephens zal Patrick Duynslaegher zitten. De voormalige hoofdprogrammator van het festival stelt intussen al bijna tien jaar de Classics samen.
Met Rohmer op het grote scherm brengt Duynslaegher de zomer naar oktober. De Franse cineast hield ervan mensen te filmen die een avondmaal delen in een tuin, die naar het strand gaan, die in een park liggen. De zon schijnt op kleren die nooit toevallig bepaalde kleuren hebben, elke combinatie van outfits is een visueel spel. Tegelijkertijd lijkt alles gewoon, ordinair, tijdloos, of al voorbij. Ondanks de zomerse sfeer durft het al eens sneeuwen in de hoofden van de personages. “J’attends que le temps passe, j’attends que la nuit cesse et que le soleil se lève,” zegt docente filosofie Jeanne aan studente Natacha in Conte de printemps (1990).

Uren praten ze met elkaar — Pauline, Gaspard, Margot, Claire, Jean-Louis, Maude, alle anderen — de vingers verloren in een tros druiven of geplooid om een wijnglas. Filosofische gesprekken aan de keukentafel, of slapen in het gras met Jean-Jacques Rousseau op de schoot. Ze doen de ene na de andere grote uitspraak. Absolute schoonheid bestaat niet, liefde is pas echt als je met twee bent. De natuur heeft ons niet nodig, niemand is totaal oninteressant, grenzen zijn vaag.
Boeken sleuren ze overal mee naartoe. Zondag dient om samen te zijn. Psychologie en filosofie serveert de filmmaker als een sensuele saus over het bestaan van de middenklasse. Niets is objectief, alle ideeën sijpelen uit de zoekende lijven van de personages, jong of oud, gelukkig of ongelukkig. Franser kan haast niet, prevelend en ratelend op zoek naar een uitweg, een manier om het kleine leven en haar kleine problemen te overstijgen.
In de cinemazaal is het genieten van de kleuren, de korrels in de pellicule, de fijne composities. Eens thuisgekomen maalt er toch iets. De individuele opvattingen over moraal, zeden, liefde en cultuur zijn door het scherm gedrongen. Er is tijd voorbijgegaan, er is een ruimte geopend. Rohmer biedt je een esthetische en een poëtische ervaring. Hij maakt een honger los naar eventuele andere levens, naar introspectie, naar rust en behouden. Wat je met al die verwarrende kennis en mogelijkheden aan moet vangen, hoor je zelf uit te vogelen.