RECENSIE: FRANZ
Kafka’s persoon en werk proberen verbeelden, vraagt om een weldoordachte aanpak, anders blijft slechts een kruising tussen een kat en een schaap over. Ofwel een biopic en een flikkerfilm.
Voor elk woord dat Franz Kafka zelf schreef, zijn er tien miljoen verschenen over de man, zijn leven en zijn werk. Het hield Agnieszka Holland niet tegen om er nog een dozijn aan toe te voegen. Gelukkig probeerde ze niet met het script van Marek Epstein — met woorden dus — het werk van Kafka te evoceren. Dat zocht ze eerder uit de beelden te halen.
Het resultaat is een niet alles-, maar toch veelomvattende biopic, doorspiesd met vormelijke experimenten, body horror, vierdewandbreuken en cultuurkritiek. De biopic heeft dezelfde blauwgrijze tinten als elke vooroorlogse biopic van het voorbije decennium. De kostuums en decors zijn exact, afgeborsteld of juist besmeurd waar nodig. Door Kafka’s voornaam als titel te gebruiken, lijkt de filmmaker te willen zeggen dat de mens in de schrijver centraal staat in de film. In het geval van Kafka is de scheidingslijn tussen werk en leven ver te zoeken, en Holland kan het dan ook niet laten anekdotische passages in te kleuren met hints naar zijn werk. Een kakkerlak op de keukentafel, vliezen tussen de vingers, zelfstandige schaduwen. Het vervelendste is de verletterlijkte beeldspraak. Een Kafka die zichzelf tegenkomt bijvoorbeeld, nergens voor nodig.
Een enkele keer leest Kafka (gespeeld door Ida Weiss) een stuk uit zijn werk voor en verschijnt een (ingebeelde) verfilming van zijn werk in de film. Naast dat binnenraamverhaal is er eveneens een voortdurend uitbreken uit de fictie bezig. De nevenpersonages, vooral zus Ottla (Katharina Stark) en schrijverscollega Max Brod (Sebastian Schwarz), richten hun blik naar de camera om over hun broer en vriend te vertellen.
De narratie is complex maar ook de camera is een zeer aanwezige entiteit die onophoudelijk schokkerig zoomt en pant, langs boven of onder personages en ruimtes verrast. Mooie, experimentele muziek vult de oren terwijl de ogen vollopen van expressionistisch theater, zwart-wit straatbeelden, absurde ruimtes. Holland linkt die ervaring van de wereld aan de onrustige geest van de schrijver. Om hem te eren krijgen kamers ogen, klinken druppels waanzinnig luid en wordt eigenlijk de hele film een hel voor mensen die snel sensorisch overprikkeld raken. In slaap vallen zal je niet. Een zoom-in naar een friemelende hand geeft de indruk dat Kafka misschien wel op het autismespectrum zat. Wat dat betreft, heeft de film een zeer hedendaagse blik.
Alsof dat alles nog niet genoeg was, neemt Holland ook nog de tijd de holocaust aan bod te laten komen, met honger, zelfmoord en concentratiekamp in beeld. En als strik rond alles een fikse kritiek op de toeristische geldmolen die Franz Kafka intussen geworden is. Misschien was de schrijver wel blij geweest met een intiemer, kleiner portret.
Met Idan Weiss, Jenovéfa Boková, Carol Schuler, Sebastian Schwarz, Katharina Stark. Tsjechië / Polen / Duitsland / Frankrijk / Turkije. 2u07.