RECENSIE: ICE CREAM MAN

Deel
RECENSIE: ICE CREAM MAN

Een bolletje vanille in een zee van bloed

Zodra de bel van de ijscoman klinkt, is niemand nog veilig. Zijn ijsjes veranderen kinderen in nietsontziende moordenaars die met grimmig plezier jacht maken op alle volwassenen in het dorp.

Eli Roth is één van de weinige regisseurs die vandaag nog films kan maken voor horrorfans die opgegroeid zijn met direct-to-videoproducties uit de jaren 80 en 90 en daar een budget van 5,8 miljoen dollar voor weet te bemachtigen. Dat hij zo’n project vervolgens ook nog wereldwijd in de bioscoop krijgt, is misschien wel de grootste prestatie van allemaal.

Roth gebruikt zijn krankzinnige premisse niet alleen als excuus voor een massale hoeveelheid moordscènes, maar vooral als vertrekpunt voor een liefdesbrief aan de videotheekhorror waarmee hij zelf is opgegroeid. Ice Cream Man is een aaneenschakeling van knipogen naar exploitatiecinema en soms zelfs hedendaagse popcultuur.

Nog het duidelijkst laat de film zich omschrijven als een kruising tussen The Stuff (1985) en Cooties (2014), zowel qua sfeer als qua verhaallijn. Die eerste draait rond een parasitair dessert dat mensen als host neemt en hen in gewillige verspreiders van het product verandert. In de tweede zorgen besmette kippennuggets ervoor dat kinderen zombieachtige monsters worden. Uiteraard put Roth ook gretig uit de gelijknamige film uit 1995 en de Masters of Horror-aflevering “I Scream for Ice Cream”. Sommige beelden en citaten lijken hier zelfs rechtstreeks uit te komen. 

Zelf heeft hij ook altijd gezegd dat Who Can Kill a Child? (1976), de Spaanse cultklassieker over een afgelegen eiland dat wordt overgenomen door moordlustige jongeren, tot zijn favorieten behoort. Wat deze referentie echter interessant maakt, is dat Roth al eerder aan deze film werd gelinkt. In 2012 verscheen de remake Come Out and Play, waarvan de regisseur zijn identiteit verborgen hield onder het pseudoniem Makinov. Hij droeg zelfs een rode bivakmuts op de set en tijdens publieke optredens. Al snel ontstonden speculaties dat Roth achter deze mysterieuze cineast schuilging. Dat is nooit bevestigd of ontkend, maar het blijft opvallend dat hij meer dan een decennium later toch iets gelijkaardigs maakt.

Wie bij het horen van al deze titels spontaan gelukkig wordt, behoort dan ook precies tot het publiek waarvoor Roth Ice Cream Man heeft gemaakt. Een groot deel van het plezier schuilt in het herkennen van die knipogen en het gevoel dat je samen met de regisseur een gedeelde filmgeschiedenis aan het herbeleven bent.

Toch geeft Roth het geheel een eigen identiteit dankzij het heerlijke contrast tussen de kleurrijke snoepjeswereld en de extreme gruwel die zich daarin afspeelt. Doorgezaagde ledematen, afgerukte hoofden en liters bloed worden gepresenteerd in een wereld die uit een schattig kinderboek lijkt te zijn geplukt. Nog ongemakkelijker wordt het doordat kinderen hier niet alleen de moordenaars zijn, maar vaak ook zelf het slachtoffer. Zelfs thema's als pedofilie worden aangestipt, verpakt alsof het om een onschuldig verhaaltje op een snoepwikkel gaat.

Met zijn groteske humor, overdadige gore en onuitputtelijke liefde voor het genre levert Roth een macabere achtbaanrit af die vermoedelijk sneller uit de bioscoop zal verdwijnen dan hij erin verscheen. Voor het grote publiek zal Ice Cream Man een brug te ver zijn. Voor liefhebbers van bovengenoemde titels voelt hij echter als een lang verloren cultfilm die decennia later eindelijk het daglicht ziet.

Met Eli Roth, Ari Millen, Benjamin Byron Davis, Charlie Zeltzer, Sarah Abbott. USA, 1u26.