RECENSIE: THE CHRISTOPHERS
Blijven afslaan op een onverlichte loopbaan
Veelfilmer Steven Soderbergh bezondigt zich met The Christophers aan een zoveelste zijsprongetje: een matig crimedrama over een vervalsing in de wereld van de schilderkunst. Naar de bestaansreden van de film blijft het raden.
De vele exploten van Amerikaanse cineast Steven Soderbergh (Traffic, Ocean’s Eleven) volgen, blijft een leuk spelletje. Een getalenteerde filmmaker, maar nadrukkelijk een man zonder kenmerkende stijl. Hij draait aan een vrij hoog tempo, schijnbaar onbekommerd over een propere filmografie – vandaar de vele stijlen en genres lukraak door elkaar. In de meest positieve zin moet je de kameleon in hem naar waarde schatten, in de meest negatieve zin raakt hij kant noch wal door ogenschijnlijk doelloos erop los te filmen. Maar het prikkelt een filmfan uiteraard opmerkzaam te blijven voor de richtingen die Soderbergh inslaat, al was het maar om een antwoord te vinden op de vraag waarom hij zich waagt aan deze zoveelste excursie.
De afgelopen tien jaar zwierf hij door genres. We kregen onder meer de redneck-komedie Logan Lucky, het op iPhone-gedraaide Unsane, de rotvervelende first person-spookfilm Presence en de Britse spionagekomedie Black Bag. Nu blijft hij in Engeland met de mijmeringen van een stokoude meesterschilder in The Christophers.
De setup van het verhaal werkt. Restaurateur Lori Butler (Michaela Coel) wordt door de geldwolfkinderen van stokoude kunstenaar Julian Sklar (Ian McKellen) ingeschakeld als assistente voor hun wegkwijnende vader. Ze krijgt de opdracht een in het huis weggeborgen serie onafgewerkte portretten – uit de reeks ‘The Christophers’ – te finaliseren. Na hun vaders dood zouden die schilderijen bakken geld kunnen opbrengen. Het sluwe plan is de motor voor dit hele verhaal, en we waren nieuwsgierig naar hoe Soderbergh ermee aan de slag zou gaan. Wordt het een donkere plotgedreven thriller, komt de aandacht te liggen op de verbale clash tussen Butler en Sklar, of hebben we te maken met een beschouwing over ouderdom en familie?
Het is in de uitwerking van dit gegeven dat de film niet van de grond komt, in die zin dat we – niet voor het eerst bij Soderbergh – niet begrijpen wat hem aantrok in het materiaal. De cineast moet er wel genoegen in geschapen hebben om McKellen de teugels te laten vieren. In de rol van Sklar declameert Sir Ian dan wel geen Shakespeare, hij doet zijn stinkendste best om het zo te laten klinken. Dialogen met Butler (Coel houdt zich sterk naast de levende legende) draaien vaak uit op soms meelijkwekkend verheven monologen van Sklar. McKellen heeft, tot niemands verbazing, de vaardigheid om dit verkocht te krijgen. Meer appeal kunnen we ons echter niet inbeelden. Er wordt de kijker onvoldoende aangereikt om het nodige engagement met de film aan te gaan. De botsing met Butler blijft bescheiden, de plot kabbelt verder, ons enthousiasme verdween. Het verhaal raakt uiteraard wel uitverteld – met zelfs nog een reveal in de derde akte waar geen hond op zat te wachten – maar het kalf was al lang verdronken. “Is dit het maar?” is de gedachte die achterblijft.
The Christophers is hopeloos onschuldige cinema die nog zoveel aan je mouw kan trekken als hij wil, er aandacht aan schenken leidt tot weinig. Soderbergh rammelt de films lekker af. We hopen dat het is omdat hij gelukkig wordt van op sets te staan. Af en toe leidt het tot noemenswaardig resultaat, maar het is intussen al even geleden dat een mens er nog van moest opveren.
Met Ian McKellen, Michaela Coel, Jessica Gunning, James Corden. VK/VS. 1u40.