Zijn dinosaurusfilms met uitsterven bedreigd?

Deel
Zijn dinosaurusfilms met uitsterven bedreigd?

Naar aanleiding van de release van The End of Oak Street stellen we de prangende vraag: waar zijn alle dino’s op het grote scherm gebleven?

Laten we eerlijk zijn: Jurassic Park is de eerste film die in je opkomt als het gaat om cinema en dinosauriërs. De speelfilm van Steven Spielberg, die in 1993 uitkwam, blijft tot op de dag van vandaag de maatstaf voor het genre en vormde het startpunt van een omvangrijke franchise, waarvan het succes na decennia nog altijd niet is afgenomen. Je zou denken dat dit langdurige commerciële succes andere Hollywood-studio’s zou motiveren om op de prehistorische trein te springen. Hollywood gaat immers altijd voor het geld: het succes van Gladiator zorgde begin jaren 2000 voor een heropleving van de antieke oudheid, met onder andere Troy of 300. Het succes van Harry Potter zette dan weer de trend voor verfilmingen van fantasieromans voor jongeren met titels als Narnia, Het Gouden Kompas of Eragon. Toch zijn er buiten Jurassic Park en al zijn nakomelingen weinig succesvolle voorbeelden van dinofilms. 

Dinosaurussen en stop-motion

Het zou onrechtvaardig zijn om films over dinosaurussen uitsluitend te herleiden tot het werk van Steven Spielberg. De ’verschrikkelijke hagedissen’ waren al vanaf de periode van de stille film op het grote scherm te zien, met de verfilming van de bestseller The Lost World (Harry O. Hoyt, 1925). Deze pulp-avonturenfilm is vooral memorabel vanwege de stop-motiondino’s. Die bewegende poppen kwamen van de hand van Willis O’Brien, die zijn stopmotiontechniek verder zou verfijnen met de cultklassieker King Kong uit 1933.

The Lost World

Met de opkomst van de geluidsfilm nam de productie van films over dinosaurussen af, aangezien de fantastische avonturenfilm nadien vooral werd gedomineerd door de Universal Monsters (denk aan Dracula, Frankenstein, Wolfman). Pas halverwege de jaren vijftig, dankzij het werk van Ray Harryhausen – een leerling van Willis O’Brien – kwamen de prehistorische dieren weer in de schijnwerpers te staan. De bijdrage van Harryhausen op het gebied van visuele effecten berustte op de Dynamation-techniek, waarmee stop-motionpoppen konden worden ingepast in een beeld met decors zowel achter als vóór de wezens. Ter vergelijking: in King Kong konden de decors alleen op de achtergrond geplaatst worden. Deze technologische doorbraak zette Hollywood ertoe aan meer prehistorische films te maken, zoals The Beast from 20.000 Fathoms (1953) en The Valley of Gwangi (1969). Harryhausen bleef Hollywood tot halverwege de jaren ’70 betoveren, waarna zijn vakmanschap uiteindelijk werd verdrongen door de opkomst van animatronics (poppen die met een computer te bewegen zijn). 

Jurassic Sparkle

Afgezien van de prachtige animatiefilm van Don Bluth, The Land Before Time (1988), waren er in de jaren 80 bijzonder weinig reusachtige hagedissen te zien, alsof men de weg wilde effenen voor de revolutie die Jurassic Park teweeg zou brengen.

The Land Before Time

De film was een pionier op het gebied van digitale effecten en wist die op bevlogen wijze te combineren met door Stan Winston ontwikkelde animatronics. Spielberg neemt in Jurassic Park een lange aanloop, voordat die effecten in vol ornaat te zien zijn. In het eerste uur beperkt hij zich ertoe zijn publiek enkele fragmenten van de dino’s voor te schotelen – de verschijning van de brachiosaurus, het uitkomen van de baby-raptors in de broedmachine –, alvorens in het tweede deel tonnen aan spektakel los te laten.

Het probleem dat uit dit succes voortvloeide, was dat Industrial Light and Magic (ILM), het bedrijf dat verantwoordelijk was voor de digitale effecten van Jurassic Park, zijn tijd zo ver vooruit was dat iedereen die zich op dat terrein waagde, gedoemd was tot een minder goed resultaat. Dat is dan ook precies wat er gebeurde in de jaren 2000 en 2010, toen de zeldzame pogingen om reusachtige hagedissen op het scherm te laten verschijnen uitmondden in mislukkingen – Sound of Thunder, Journey to the Center of the Earth en 65 –, waarvan de visuele effecten steevast minder overtuigden. 

Jurassic Park

En nu?

Zal het publiek de dinosaurussen op het grote scherm de rug toekeren? Het langdurige succes van de Jurassic-saga bewijst het tegendeel. Misschien ontbreekt het Hollywood gewoon aan inspiratie om deze prehistorische dieren in beeld te brengen, die gedoemd zijn om behandeld te worden als alledaagse menseneters – terwijl Spielberg juist een evenwicht wist te vinden tussen verwondering en angst. De mogelijkheden zijn echter eindeloos: tijdreizen, sciencefictionthrillers, fantasyverhalen waarin dino’s en mensen samenleven, enzovoort. Eén ding is zeker: zonder een nieuwe, krachtige visie en visuele effecten die aan de verwachtingen voldoen, lijken de dinosaurussen veroordeeld tot de vervolgfilms van Jurassic Park en goedkope, B-achtige direct-to-video-producties – zoals VelociPastor. Laten we hopen dat The End of Oak Street erin slaagt deze fascinerende wezens een nieuw filmisch leven te geven.

JULIEN DEL PERCIO, vertaald door Gijs Suy.